Internet en literatuuronderwijs: if you can't beat them, join them.

‘Het Is de dood in de pot’, briest de man met het grijze ringbaardje. ‘Het hele literatuuronderwijs gaat naar z’n gallemiezen door dat verdomde internet.’ In de rust van de docentenkamer kijken enkele van zijn collega’s geamuseerd op. Heb je hem weer, zie je ze denken. ‘Vroeger werd er tenminste nog gelezen’, moppert hij. ‘Vroeger pakten de leerlingen tenminste nog eens een boek. Maar tegenwoordig…’ Hoofdschuddend loopt hij naar de koffiemachine. Ik kijk hem na. Vandaag breng ik een gelegenheidsbezoek aan mijn oude school. De chagrijn met het vroeger zo rossige ringbaardje is geen steek veranderd. Ik weet nog wat wij dachten als we hem door de gangen zagen sjokken: heb je hem weer. Bovendien heeft hij ongelijk over de rol van internet. Toen ik les van hem had, was het enige boek dat wij oppakten het beduimelde uittrekselboek Literama, dat onder de schoolbankjes door, van hand tot hand ging, als was het een zakje wiet.

We werden ernstig gewaarschuwd voor ‘de Literama’. Er zouden bewust fouten in verwerkt zijn, zodat we bij het mondeling direct door de mand vielen. Wie dit fabeltje in de wereld had gebracht, was niet duidelijk. Misschien was het wel de gefrustreerde klasgenoot die bij Frans monter had zitten vertellen dat hij zo genoten had van Seul sur le Monde. ‘Je bent in ieder geval goed in letterlijk vertalen,’ schamperde de docent. ‘Maar het boek heet Rémy’.

Het rossige baardje boeide het niet of wij Een nagelaten Bekentenis of De Kameleon vaart uit lazen. Een boek is een boek, moet hij toen al gedacht hebben. Zijn nieuwe collega was degene die, vers van de lerarenopleiding, de bezem door de schoolbibliotheek haalde. Marcellus Emants en Carry van Bruggen behandelde hij met eerbied, maar luid lachend mieterde hij de Kameleon-serie en Mariska de Circusprinses in een vuilniszak. De vrijgekomen planken vulde hij met Doesjka Meijsing, Jan Wolkers, Hubert Lampo en Hannes Meinkema.

Zonder overleg met het rossige baardje, verplichtte hij ons tot het lezen van de ‘Bouquetreeks’. Daarnaast lazen we klassikaal de verhalenbundel Allemaal Tranen van Mensje van Keulen. Hij maakte ons attent op de overeenkomsten en verschillen tussen literatuur en pulp en vertelde over plot, personages, stijl en verhaalopbouw. Ook moesten we zelf een Bouquetreeksverhaal schrijven. ‘Maak het maar belachelijk,’ zei hij. ‘Leef je uit!’ Het cijfer dat we ervoor kregen, telde mee voor het schoolonderzoek. Zo maakte hij ons enthousiast voor literatuur.

Binnen de kortste keren hadden we het helemaal gehad met romantisch gezwijmel en boottochten op de Friese meren. Aangemoedigd door de nieuwe leraar lazen we De donkere Kamer van Damocles, Zwaarmoedige verhalen voor bij de Centrale Verwarming, en Cider voor arme Mensen. Dat we voor die saaie Beatrijs toch maar naar de Literama grepen, daar haalde hij zijn schouders over op. Het rossige baardje zag het met lede ogen aan en wij dachten alleen maar: heb je hem weer.

Ook de toen nieuwe docent werkt nog op mijn oude school. We praten over die goeie ouwe tijd en ik confronteer hem met de uitspraken van het grijze baardje.

‘Het literatuuronderwijs is nog precies hetzelfde,’ zegt hij, ‘maar de hulpmiddelen zijn veranderd. Wat vroeger het schoolbord was, is nu het computerbeeldscherm. Wat blijft, is de leidende rol van de docent. Je bepaalt zelf of je met de muis werkt, of met een krijtje.’

Het werken met internet moet je volgens hem gewoon zien als onderdeel van het leerproces. Natuurlijk is de verleiding groot om maar raak te surfen en een werkstuk in elkaar te knippen en plakken, maar daar leer je niet veel van. De docent moet zijn of haar benaderingswijze dan ook aanpassen. Zijn manier van werken is nog dezelfde als in mijn tijd: If you can’t beat them, join them. Dus liet hij ons de Bouquetreeks lezen tot we er gallisch van waren, en maakt hij nu internet tot zijn bondgenoot.

‘Ik ga mijn leerlingen niet verbieden dingen van internet te plukken. Ik geef ze juist als opdracht: lees dit boek, en beargumenteer welke van de acht internetuittreksels je het beste vindt. Zo mòeten ze het boek dus wel lezen!’

Onderweg naar huis realiseer ik me, dat als de liefde voor literatuur in je zit, die er later vanzelf uitkomt. Of het nu 1980 is of 2007, het enige dat de school kan doen is voorwaarden scheppen en proberen de leerling zoveel mogelijk te inspireren. Op het moment dat je er zelf aan toe bent, maakt het zandlopertje in je hoofd overuren bij het afzoeken van je harde schijf. Ergens diep verborgen ligt nog die ene opmerking van die aardige leraar, die tip van die bevlogen lerares, of die zinsnede uit Literama. En ineens wil je uit jezelf Beatrijs lezen. Ook ervaar je bij herlezing een diepere laag in Een nagelaten Bekentenis. Internet biedt, zeker onder begeleiding van een enthousiaste leerkracht, een bron van informatie voor de lerende literatuurliefhebber. Maar van rossige en grijze ringbaardjes moeten we het niet hebben. Toen niet, en nu niet.

Pauline van der Lans

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Literair Nederland - 10 jaar geleden

14 november 2008

Houten Kruisen van Roland Dorgelès

Sterk door reële inslag

door Dominique Rothengatter

Ik ben normaal gesproken géén fan van oorlogsboeken. De vaak bloedige, mensonterende en dikwijls dodelijke handelingen van de strijdende partijen aan het front, vervullen me met afkeer. Maar dit oorlogsverhaal doet dat niet! Het pakt me en dat komt door de menselijke en behoorlijk realistische toon die Roland Dorgelès neerzet.

In Houten Kruisen vertelt Dorgelès vanuit het perspectief van de Franse soldaat, Jacques Larcher.

Lees meer