Willem Frederik Hermans

De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) werd geboren in Amsterdam. Hij was het jongste kind van een onderwijzersechtpaar. Hermans bezocht het Barlaeusgymnasium in de hoofdstad en studeerde daarna sociografie aan de Universiteit van Amsterdam. Een jaar later, in 1941, koos hij voor fysische geografie.

Willem Frederik Hermans debuteerde in 1944 met de gedichtenbundel Kussen door een rag van woorden. In 1947 verscheen zijn eerste roman Conserve. Meer succes had hij met De tranen der acacia’s, waarin de oorlog centraal stond. Het thema oorlog zou ook later nog in veel romans opduiken. Zijn beroemdheid werd dankzij het door de katholieke kerk aangezwengelde proces tegen de voorpublicaties van Ik heb altijd gelijk (1951) aanzienlijk vergroot.

In 1958 werd Hermans benoemd tot lector aan de universiteit in Groningen. Hermans zou tot het begin van de jaren zeventig aan de universiteit verbonden blijven. Na een conflict nam hij in 1973 ontslag en vestigde zich in Parijs, waar hij tot het begin van de jaren negentig bleef wonen. Onder professoren (1975) en Uit talloos veel miljoenen (1981) spelen zich af in de universitaire wereld.
Conflicten ging Hermans niet uit de weg. Interessante voorbeelden hiervan zijn te vinden in Mandarijnen op zwavelzuur en de essaybundels. In de jaren tachtig werd zijn bezoek aan Zuid-Afrika, waartegen een culturele boycot was ingesteld, door velen, en met name de stad Amsterdam, bekritiseerd.

In 1993 werd zijn novelle In de mist van het schimmenrijk uitgegeven als boekenweekgeschenk.
Naast gedichten, verhalen, novelles en romans schreef Hermans essays en een biografie over Mutatuli.

Hermans was een tegenstander van literaire prijzen en weigerde de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945, de Vijverbergprijs en de P.C. Hooftprijs. In 1977 aanvaardde hij wel de Grote Prijs der Nederlandse Letteren. In 1990 werd door de universiteit van Luik een eredoctoraat letteren en wijsbegeerte aan Hermans toegekend.

Andere belangrijke werken van Willem Frederik Hermans zijn: Het behouden huis (1951), Paranoia (1953), De donkere kamer van Damocles (1958), Het sadistisch universum (1964), Nooit meer slapen (1966), Herinnneringen aan een engelbewaarder (1971), Boze brieven van Bijkaart (1977), Houten leeuwen en leeuwen van goud (1979), Homme’s hoest (1980), Geyerstein’s dynamiek (1982), Klaas kwam niet (1983) en Au pair (1992).

Dit artikel komt uit: Nederlandse Literatuur 1900-2000 (deel 1)

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Literair Nederland - 10 jaar geleden

05 februari 2009

Seizoenen van zinnen door Frans de Birk en Jet van Swieten

Bundels gedichten gemaakt door twee dichters zijn zelden een succes. Ze doen veelal gekunsteld aan, immers een gedicht is de allerindividueelste uiting van een dichter en kan maar zelden gedeeld worden met diezelfde uitingen van een andere poëet.

Frans de Birk (1961) is een dichter uit Nieuwegein, die een groot aantal fraaie verzen op zijn naam heeft staan. Bundels als Herberg van dode schepen en Penseelstreken van de tijd bleven ten onrechte redelijk onopgemerkt maar in de tussentijd trad De Birk op met zijn groep JAFT, waarmee hij zijn gedichten op taal zette en ze door musici liet begeleiden.

Lees meer