De groeten aan de koningin, Karin Anema

Gefluister in de wandelgangen

De afgelopen maanden zijn er aardig wat nieuwe boektitels verschenen die op uiteenlopende wijze een beeld schetsen van de Surinaamse samenleving, de cultuur, de hoofdstad Paramaribo. Enerzijds nuttige informatie voor mensen die voor kortere (toeristen) of langere tijd (expats) in Suriname verblijven, of voor lezers die gewoon wat meer te weten willen komen over deze voormalige kolonie van Nederland. Een ander aspect van deze publicaties is dat het aan het Surinaamse lezerspubliek de gelegenheid biedt om eens door heel andere ogen naar de eigen vertrouwde omgeving te kijken. Gewoontes, tradities, verhalen die al duizend maal verteld zijn: kortom, alles wat je kunt scharen onder de noemer ‘zo is het nou eenmaal’ komt in een ander daglicht te staan. Dat kan heel verfrissend zijn, vaak ook verrijkend. En soms ook zeer pijnlijk, of op zijn minst verwarrend.

Een boek dat al maanden op mijn nachtkastje ligt is De groeten aan de koningin van Karin Anema. ‘Zoemzoem’ hoor ik in de wandelgangen, ‘blablabla’ tettert de mofokoranti. De ene voorbijganger spreekt er schande van, de volgende steekt de loftrompet. Ik probeer me er voor af te sluiten, wil mijn eigen mening vormen over Anema’s boek dat als ondertitel Reis door Suriname meekrijgt.

Eerder las ik van Karin Anema Mexicaanse sneeuw. Een indrukwekkend verslag waarin zij verhaalt van haar verblijf bij de Tarahumara’s, een primitieve indianenstam die in Mexico op 3000 meter hoogte leeft in een onherbergzaam gebied. Deze zeer gesloten en teruggetrokken mensen worden in Mexcio ‘rarámuri’ genoemd – het volk van hardlopers – omdat zij dagen achtereen op blote voeten kunnen rennen zonder last te hebben van de kou. Toen ik Mexicaanse sneeuw dichtsloeg, had ik het gevoel een uitzonderlijk kijkje achter de schermen van een gesloten gemeenschap te hebben gekregen. Veel gewoonten en gebruiken van de Tarahumara’s blijven ondanks Anema’s boek onbegrijpelijk (en in mijn ogen vaak ronduit wreed), maar het mooie is dat ze ook geen moeite doet om het allemaal te verklaren, waardoor een betuttelende toon geheel ontbreekt.

En nu heeft deze schrijfster dus een dik boek over ‘mijn’ Suriname geschreven. Het is wonderlijk hoe zeer haar weg soms leidt langs voor mij vertrouwde plaatsen. Ik nam het boek mee naar Tonka-eiland, een bergtop in het stuwmeer, waar ik een reisverslag maakte, en toen ik de bladzijde omsloeg viel de naam Frits. Ik dacht: Dat zal toch niet … En jawel, de Frits waarover Karin Anema schrijft is Frits van Troon, de beroemde boomkenner, de drijvende motor achter Tonka-eiland waar het behoud van de natuur samengaat met toeristische aantrekkingskracht en educatieve waarde. Vrijwel woordelijk herhaalt zich een conversatie in het boek over de impact die de aanleg van het stuwmeer heeft gehad op het leven van de marrons. Een conversatie die ik nog geen etmaal tevoren gevoerd heb. Personages die ook mijn levenspad kruisten bevolken de pagina’s van De groeten aan de koningin. Samoe, Ricardo Pané, Ramona …

Ik probeer, tegen beter weten in, een soort afstandelijkheid in acht te nemen. Wat vind ik nou eigenlijk van De groeten aan de koningin? Het is vlot geschreven, beeldend maar niet wollig, de sfeer wordt goed weergegeven. Het is een verzameling schetsen, indrukken, reisverhalen, die prettig leest. Ik mis echter een duidelijke bindende factor. iets dat de som der delen de meerwaarde geeft die je van een totaalbeeld mag verwachten.

De schrijfster raakt gevoeligheden, ook bij mij. Het gaat hier niet om blootvoetse Tarahumara’s die zich een delirium drinken op een besneeuwde bergtop ergens ver weg. Het gaat om mensen en situaties die ik ken en die me dierbaar zijn, al is dat niet altijd even wederkerig en verkeert mijn relatie met Sranan soms in woelig water. Ik wil nuances in Anema’s verhaal aanbrengen, mijn vingers jeuken om overal kanttekeningen te plaatsen. Anema beschrijft een gang van zaken die voorstelbaar is, maar voor een lezer die niet veel weet van Suriname zal het niet duidelijk zijn hoe zeer zij zelf onderdeel, soms bijna oorzaak, van het verhaal is. Dan doel ik bijvoorbeeld op de tirade die zij over zich heen krijgt van de kapitein van het inheemse dorp Christiaankondre. Bij mij tuimelen de gedachtes bij lezing van deze passages over elkaar heen. De boosheid en achterdocht van de kapitein kan ik begrijpen, het gevoel van ‘ik wil hier nú weg!’ van de auteur ook. Er is verschrikkelijk gesold met de inheemsen, met de marrons, met de Surinamers. Soms met de beste bedoelingen, vaak omdat de andere partij daar voordeel bij had: een natuurreservaat, een stuwmeer, een interessante studie, een grote schare bekeerde zieltjes. Begrijpelijk dat dit tot gevoeligheden leidt, maar voor nieuwkomers soms ook niet eerlijk dat zij nooit de kans zullen krijgen om met een schone lei te beginnen. Het zijn kwesties waar ik dagelijk mee worstel, vraagstukken waar de Surinaamse maatschappij mee aan de slag moet gaan als we willen dat oude wonden werkelijk geheeld worden. Omdat mijns inziens die stevige rode draad in Anema’s boek ontbreekt blijf ik na lezing van dergelijke episodes ietwat verward achter. Het is natuurlijk de vraag of het eerlijk van mij is dat ik van haar verwacht dat zij klaarheid brengt. Ten slotte geeft zij met haar titelkeuze aan welke plek zij in het boek inneemt: ze hoort bij ‘de koningin’, ze is en blijft daarmee een buitenstaander die de groeten moet overbrengen wanneer ze weer naar huis terugkeert.

Het mooiste hoofdstuk vond ik het laatste: ‘Bosmensen’. Hierin beschrijft ze het leven in Palumeu, één van de meest populaire toeristische bestemmingen voor wie ‘het ongerepte binnenland en haar oorspronkelijke bewoners’ wil leren kennen. Enerzijds brengt het toerisme economisch voordeel en in het geval van Palumeu is er ook nog een school die is opgezet is en gefinancierd wordt door een mevrouw uit Limburg. Om aan de verwachtingen van de toeristen te voldoen, doen zich echter steeds meer situaties voor waarbij reeds lang verdwenen culturele gebruiken voor de komst van de toeristen even snel uit de kast gehaald worden. Wat er werkelijk in de hoofden en harten van de Palumeuse bevolking omgaat krijgt de bezoeker niet te zien. Anema doet verslag van een lesuur van de vierde klas van de lagere school. ‘In de open wand verschijnen roze hoofden met zonnehoeden en zonnebrillen. Achttien toeristen kijken de klas in, fotograferen en zetten de kinderen op video. Een vrouw wil naar binnen lopen, ze denkt dat de klas een toeristische attractie is. De gids spoort de groep aan door te lopen.’ De grens tussen oprechte belangstelling en bevrediging van een soort sensatiezucht is soms moeilijk te trekken. Een paar pagina’s verder schrijft Anema: ‘Als je afgaat op de belangstelling van toeristen, komt vrijwel iedereen voor de natuur en een klein beetje voor de indianen. Misschien moeten die twee werelden maar niet kruisen en kun je de tours net zo goed buiten het dorp houden.’

Een aantal namen van personages heeft Karin Anema veranderd, een flink aantal niet. En uiteraard kunnen we van de pseudoniemen en naamlozen in Suriname vrij snel raden wie er bedoeld wordt. Persoonlijk heb ik er moeite mee om sommige doopcelen zo open en bloot te lichten. Deze openheid van zaken heeft er stevig aan bijgedragen dat er thans in Suriname zo’n deining rond De groeten aan de koningin ontstaan is. Ook weer niet helemaal terecht, maar aan de andere kant … Ai baya, zo dein ik dan verder, beide zijden kan ik begrijpen. But where does that leave me? Tussen wal en schip? Of ergens geworteld waar ik niet was geplant?

Marieke Visser

Karin Anema, De groeten aan de koningin. Amsterdam & Antwerpen, Atlas, 2007. ISBN 9789045012063

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 november 2008

Vochtige streken - Charlotte Roche

Dirty reading: Taboes doorbreken met de botte bijl

Afgelopen september was ik op vakantie in Nederland. Met goede vrienden zaten mijn man en ik aan een grote houten keukentafel, dikke kranten op tafel, tijdschriften, een lekker glas wijn er bij, toastjes met Franse kaas, de kinderen languit op een vloerkleed met een nieuw prentenboek De aap met de blauwe billen. Een tijdelijke verandering van omgeving kan het leven soms zeer genietbaar maken … Het gesprek kwam op een roman die nog niet in Nederland te krijgen was, maar de Duitse schrijfster Charlotte Roche werd desondanks in al dat leesvoer dat daar tussen ons in lag uitgebreid geïnterviewd.

Lees meer