De Huisbewaarder

Deze week geen boek, maar een toneelstuk van de week naar aanleiding van de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan de Engelse schrijver Harold Pinter. Harold Pinter werd geboren in de Londense wijk East End, als zoon van een Kleermaker. Na een korte studie aan de Royal Academy of Dramatic Art sloot hij zich aan bij een rondtrekkend toneelgezelschap. Tot 1957 werkte hij onder het pseudoniem David Baron als acteur bij verschillende groepen en bij de radio. Tussen de engagementen door verdiende hij de kost als kelner, bordenwasser en verkoper, terwijl hij tegelijk zijn acteursopleiding voortzette aan de Central School of Drama. Voordat Pinter in 1957 zijn eerste stuk, de eenakter The Room schreef, had hij al vele korte prozastukjes en gedichten geproduceerd. In hetzelfde jaar voltooide hij zijn eerste avondvullende stuk, The Birthday Party, waarvan de première geen succes werd, en de eenakter The Dumb Waiter. Pinters echte doorbraak als toneelschrijver kwam in 1960 met het avondvullende stuk The Caretaker, dat werd bekroond met de Evening Standard Award. Het is in 1963 verfilmd en won dat jaar op het Filmfestival van Berlijn de Zilveren Beer. 

ASTON:
Vroeger kwam ik er vaak genoeg. Jaren geleden. Maar ik kom er niet meer. Ik vond het er prettig. Ik heb er heel wat uurtjes doorgebracht. Dat was voor ik wegging. Vlak ervoor. Ik geloof…dat het wel met dat café te maken had. Ze waren …allemaal een stuk ouder dan ik. Maar ze luisterden altijd naar me. Ik dacht…dat ze begrepen wat ik zei. Ik bedoel, ik praatte altijd tegen ze. Ik praatte teveel. Dat was mijn fout. In de fabriek ook. Als ik werkte, of in de pauze, praatte ik altijd. En ze luisterden altijd …als ik iets te vertellen had. Het was goed zo. Het probleem was alleen dat ik een soort hallucinaties had. Het waren geen hallucinaties, het …ik kreeg alleen maar het gevoel dat ik alles…heel duidelijk zag…alles…was zo duidelijk…alles werd…alles werd zo stil…zo stil…alles stil.

[Uit De Huisbewaarder, monoloog Aston, einde van het tweede bedrijf.]

Het toneelstuk 'De Huisbewaarder' vertelt het verhaal van de gesloten en geestelijke Aston. Hij woont in een vervuilde kamer in het bouwvallige huis van zijn broer Mick. Op een dag neemt Aston, tot ongenoegen van Mick, zonder reden een onbekende zwerver mee naar huis. De onberekenbare landloper Davies neemt met beide handen dit aanbod aan en neemt zijn intrek in het huis en daarmee in het leven en de relatie van Aston en Mick. Als de broers hem, los van elkaar, ook nog de functie van huisbewaarder aanbieden, lijkt Davies vastbesloten zijn leven op straat vaarwel te zeggen en het onderkomen van de broers als het zijne te beschouwen. Er ontstaat een bizarre situatie tussen de drie mannen waarin Davies de broers Aston en Mick tegen elkaar probeert op te zetten. Het verloop blijft onvoorspelbaar, ondanks de soms doorzichtige tactiek van de zwerver. Dat leidt tot zowel beklemmende als komische momenten.

In de vroege werken van Pinter is een aantal opvallende karakteristieken te bespeuren. De handeling speelt zich steeds af in een afgesloten ruimte, meestal een kamer, en de personen worden in hun veiligheid bedreigd door onverklaarbare vijandigheden van een buitenstaander. Dreiging is altijd een belangrijk motief in Pinters werk gebleven, zij het dat in zijn latere stukken de dreiging minder expliciet uit de buitenwereld afkomstig is, maar meer uit een geheimzinnige interactie tussen de karakters ontstaat. Deze verschuiving gaat gepaard met een verandering in het sociale milieu, waartoe zijn karakters behoren. Hun dialogen zijn ontleend aan alledaags taalgebruik. De situatie lijkt aanvankelijk heel normaal. Allengs ontstaat door het binnendringen van een buitenstaander een spanning die kan uitlopen op gewelddadigheid.

In The Room tast de komst van een blinde neger het veilige bestaan van een middelbaar echtpaar aan. Een onzichtbare dreiging beheerst The Dumb Waiter, waarin twee beroepsmoordenaars in een smerig vertrek wachten op hun volgende opdracht, terwijl in The Birthday Party een kostganger door twee indringers wordt vernederd en weggevoerd.

Pinter weet door middel van tegenstrijdige beweringen en oncontroleerbare uitspraken vragen op te roepen die niet te beantwoorden zijn, en juist dat maakt zijn stukken zo fascinerend. In The Caretaker, waarin een zwerver tijdelijk onderdak krijgt in het huis van twee broers, maakt Pinter subtiel gebruik van dit middel. In de opvatting van Pinter bestaat tussen waarheid en onwaarheid geen duidelijk verschil, evenmin als tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid. Niets is te verifiëren hetgeen onmiskenbaar een mystificerende werking heeft.

Andreas Vonder

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 december 2010

Recensie door: Machiel Jansen
Recensie door Machiel Jansen

Vandaag gaan we knutselen. Wat hebben we nodig? Papier, een schaar, lijm of plakband. Als er kinderen in de buurt zijn, roep ze er dan maar bij, want dit willen ze straks ook kunnen. Voor het papier neem je formaat A3, of je plakt even twee A4-tjes in de lengte aan elkaar. Nu knippen we in de lengte een strook van zo’n 4 à 5 centimeter breed. Maak er maar twee, want we gaan er zo twee experimenten mee doen.

Lees meer