en roman van aan elkaar geprate novelles

Door Patrick Bassant

Toen Marc Dutroux in juni 2004 veroordeeld werd tot levenslang wegens onder andere het ontvoeren, misbruiken en vermoorden van diverse meisjes, kwam er een officieel eind aan een verwarrende periode. Verdwenen kinderen, massa hysterie, de klucht rond Dutroux’ ontsnapping, complottheorieën en een politieapparaat dat volledig in z’n hemd stond: beschamende Belgische toestanden die de ziel van het land ingrijpend hebben aangetast. Twee jaar later werden de meisjes Nathalie en Stacy na twee weken intensief zoeken vermoord teruggevonden, en ook in 2006 schoot een racistische puber in Antwerpen de allochtone Oulematou Niangadou en haar oppaskindje Luna dood.

Sporen van deze gebeurtenissen hebben hun weg naar de Vlaamse literatuur gevonden. Voorbeelden hiervan zijn Walter van den Broeck, Verdwaalde post (1998), Jeroen Olyslaegers, Open gelijk een mond (1999), Koen Peeters, Acacialaan (2001) en Tom Lanoyes Monster-trilogie (1997-2002). Nu is Kristien Hemmerechts’ nieuwe roman verschenen, met de overduidelijke titel In het land van Dutroux. Wat weet zij na al die jaren toe te voegen aan de zaak-Dutroux en de manier waarop daar in literatuur op gereageerd wordt?

Het boek is opgebouwd uit vijf delen. In elk deel staat een personage centraal dat zijdelings of direct met de andere personages verbonden blijkt. Zo is er de dochter van een garagehouder die zich aan zijn dochters vergrepen heeft, een man die verdacht wordt van de moord op een vrouw die meeliep in de Witte Mars, een pensionhoudster die haar scheiding aan het verwerken is, de dochter van bovengenoemde Witte Mars-vrouw, en een kunstschilder die alles van een afstand probeert in ogenschouw te nemen. Voorts zien we nog een getraumatiseerde zus, een depressieve carrièrevrouw met een hekel aan alle mannen, een tiran van een vader, een moeder met een lastige puberzoon, een liefdeloze vrouw die alleen ‘rauwe, onversneden seks’ zoekt, een voyeuristische Chinees, een man die zijn vrouw verlaat voor de kokkin, een legertje halfzussen etc. Dit rariteitenkabinet zou dan een doorsnee van de Vlaamse bevolking moeten zijn. Dan is het erger met België gesteld dan ik dacht, want aan werkelijk alle personages zit wel een steekje los. Het land van Dutroux wordt bevolkt door gevaarlijke gekken en getraumatiseerde slachtoffers. En allemaal worstelen ze op hun eigen manier met liefde, voor hun kinderen, hun ouders of hun partners.

Een van de personages zegt: ‘België moet Dutroux dankbaar zijn. (…) Dankzij hem kan iedereen een wit gewaad aantrekken dat de witte staat van zijn ziel weerspiegelt.’ (p.302) En dat is precies wat er niet gebeurt. Het is juist andersom: dankzij Dutroux worden alle rotte plekken op ieders ziel zichtbaar. En iedereen probeert met zichzelf in het reine te komen, in dit boek overigens vervelend vaak door ‘de’ man, die natuurlijk dichtbij Dutroux staat, aan te vallen. Een kleine bloemlezing: “‘Ik ben blij, Aline, dat je eindelijk begrijpt dat vrouwen alleen op vrouwen kunnen rekenen.’” (p.376) “‘Jullie zijn allemaal hetzelfde,’ roep ik terwijl ik hem met mijn knie probeer te schoppen. ‘Jullie denken maar aan één ding!’” (p.175) en “Ze is een vreemd, kil en vijandig wezen; ze is de dochter van haar vader.” (p.163)

Hemmerechts neemt de lezer aan het handje. En als ze vreest dat het te moeilijk wordt, neemt ze haar toevlucht tot twee mooie stijlmiddelen: de uitleg of de herhaling. Eerst de uitleg. Het lijkt niet de bedoeling te zijn dat de lezer zelf na hoeft te denken of wellicht iets verkeerd zou kunnen interpreteren. Dus krijgt de lezer alles op een presenteerblaadje aangeboden: “…stopt er een zwarte DS met Nederlandse nummerplaten voor de garage. Een zwarte godin: DS, déesse, godin.” (p.36) of “Het [pension] heet Algera. Aline en Gerard, Al-gera.” (p.100).
Om de gebeurtenissen duidelijk te maken, kan het soms ook handig zijn bepaalde mededelingen herhaaldelijk te doen, in de hoop dat er iets bij de lezer blijft hangen. Dan lezen we passages als: “Ze hield van hen omdat ze niet van mij kon houden. Ik was te hard. Te onvoorspelbaar en te hard. Ze had het geprobeerd, maar het lukte niet. Niemand kon van mij houden. Ik was een harde. Een bikkelharde.” (p.205) of deze aan duidelijkheid niets te wensen overlatende dialoog:
“‘Ik weet het niet. Ze is gisteren niet thuisgekomen.’
‘Waarom niet?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Hoe weet ge dat niet?’
‘Ik weet het niet.’
‘Is ze niet naar de Witte mars geweest?’
‘Ja, ze is naar de Witte mars geweest.’
‘En ze is niet thuisgekomen?’
‘Nee, ze is niet thuisgekomen.’” (p.228-229)
Nog een staaltje dialoogkunst: “‘Laat hem daar staan, Ben. Hij staat daar goed, Ben. Er hangt zand aan de wielen, Ben.’” (p.352) Let wel: dit is niet gericht tot een kind, maar tot een volwassen man.
Als Hemmerechts afdaalt in de beweegredenen van een man, dan komen er onzinredeneringen uit als: “Ze brengt hem geen ongeluk. Ze brengt hem geluk én ongeluk.” En “niet voor zichzelf, maar voor Ana Lucía. En ook voor zichzelf.” (beide p.374)

In het land van Dutroux is een eendimensionaal boek geworden (of eigenlijk enkele aan elkaar geprate novelles), in een door overbodigheden en herhalingen gekenmerkte vertelstijl, met her en der slordige fouten (zo wordt Hans Van Themsche gespeld als Van Temsche) met een ongeloofwaardig hoog percentage verknipte lieden, zonder interessante duiding van de gebeurtenissen die de aanleiding vormden voor de titel.
Waarom niet geschreven hoe men in dat land van Dutroux aankijkt tegen periode ná Dutroux, wat er veranderd is in de omgang met de zaak rond Van Themsche of Nathalie en Stacy, hoe men omgaat met de collectieve schuldgevoelens over kindermisbruik en rechts-extremisme, om het even wat, iets wat deze roman uit zou tillen boven het gedoe van een paar individuele getroebleerde Belgen.

 

 

 

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Literair Nederland - 10 jaar geleden

14 november 2008

Houten Kruisen van Roland Dorgelès

Sterk door reële inslag

door Dominique Rothengatter

Ik ben normaal gesproken géén fan van oorlogsboeken. De vaak bloedige, mensonterende en dikwijls dodelijke handelingen van de strijdende partijen aan het front, vervullen me met afkeer. Maar dit oorlogsverhaal doet dat niet! Het pakt me en dat komt door de menselijke en behoorlijk realistische toon die Roland Dorgelès neerzet.

In Houten Kruisen vertelt Dorgelès vanuit het perspectief van de Franse soldaat, Jacques Larcher.

Lees meer