Switi nanga Bita, Tolin Alexander

Vluchtigheid is goed, maar langzaam is ook goed

Begin dit jaar bekeek hij shows op Broadway, onlangs bezocht hij het Internationaal Theater Festival in Nederland en volgend jaar zal hij in Zuid-Afrika diverse theatervoorstellingen te zien krijgen. Tolin Alexander is een van de drie Surinaamse podiumkunstenaars die in de gelegenheid zijn gesteld om hun kwaliteiten als makers uit te bouwen en aan te scherpen, in het kader van het project Theatre on the Move. Bij Tolin is het een heel pakket aan talenten die allemaal met elkaar verbonden zijn: schrijven, dichten, performen, regisseren. ‘Bij het maken van een theaterprogramma hóórt schrijven. En als ik schrijf, dan zie ik het voor me als een voorstelling.’ Zijn poëzie krijgt zeker een extra dimensie wanneer hij het voordraagt. Toch is zijn werk ook in geschreven vorm zeer de moeite waard en heb ik hoge verwachtingen van hoe dat zich zal ontwikkelen. Zijn toon en vorm zijn verfrissend, hij wijkt af van het geijkte pad. Als hij dat blijft doen, en werkelijk zijn eigen weg zal gaan, dan zullen we nog vaak van Tolin Alexander horen.

Bij het Vierde Internationaal Literatuur Festival dat in Suriname gehouden werd, ‘Werelden in Ontmoeting’, veegde hij, al declamerend, met nog twee jonge dichters aan het eind van de galavoorstelling de vloer schoon met een grote bezem. Een idee van de organisatie, die daarmee aan wilde geven dat het de hoogste tijd was om ruim baan te maken voor de nieuwe generatie. Meer dan een jaar later legt hij mij uit dat hij daar aanvankelijk moeite mee had. ‘Ik ben zeer nostalgisch ingesteld, ik vroeg me af of ik het oude wel de deur uit wilde vegen. Die avond heb ik uiteindelijk gekozen om het gedicht “Wan winta sa wai a Sanang” te brengen, “Een wind gaat waaien in Suriname”. Ik dacht er over na wat die wind zou moeten brengen. Niet alle wind brengt namelijk iets goeds, maar ik hoop natuurlijk op iets positiefs.’ Die bedachtzaamheid is typerend voor Alexander. In zijn gedichten is ook eenzelfde wijsheid terug te vinden die meer past bij een oude grijsaard dan bij Tolins jeugdige verschijning.

Tolin Alexander is op 10 mei 1971 geboren in Tamarin, een dorp aan de Cotticarivier. Hij is opgegroeid in de hoofdstad Paramaribo, maar verbleef ook altijd heel veel in het binnenland. ‘In april, tijdens de paasvakantie, was de tijd dat de kostgronden werden opengekapt en de rijst werd ingezaaid. In de grote vakantie brak dan de oogsttijd aan.’ Van hun ouders hebben Tolin en zijn negen broers en zusters een puur-Aucaanse opvoeding gehad, met alle bijbehorende traditionele marronnormen en -waarden. Als ik hem vraag hoe belangrijk zijn Aucaanse afkomst voor zijn kunstenaarschap is, struikelt Tolin bijna over zijn woorden. Het betekent álles voor hem. ‘Dat is heel belangrijk, dat is mijn identiteit, daar kan ik op terugvallen, daar ligt mijn hart! Voor mij is het “a way of life”.’ Het brengen van levenswijsheid via verhalen en liederen heeft Tolin met de paplepel ingegoten gekregen. Hij vertelt over een oude gewoonte om in de zeer vroege ochtend bij een ouder familielid aan te kloppen, en dat moment van de dag, waarop alles nog glashelder en fris is, te gebruiken om een probleem voor te leggen, goede raad te vragen of om een ingeving of een vreugdevolle gebeurtenis te delen. ‘De tijd werd ingedeeld naar het gekraai van de hanen. Mijn vader vertelde dat ze vroeger in het dorp heel “zuivere” hanen hadden. Je sprak dan af om bijvoorbeeld bij je grootoom langs te gaan wanneer de haan voor de vierde maal gekraaid had.’ Deze opvoeding, maar ook het liefdevolle huwelijk en de sterke band die hij tussen zijn ouders ervaren heeft, zijn een enorme bron van inspiratie voor Tolin Alexander.

Veel mensen kennen Tolin ook als Erwin. Hij besloot echter om zijn Aucaanse naam ook te gaan gebruiken in zijn artistieke ontplooiing omdat ‘Tolin’ een naam met een bijzondere betekenis is. ‘Het betekent “toren”. De wens van mijn vader voor mij was dat ik fysiek lang zou worden. Dat is niet gelukt. Maar ik probeer wel in mijn werk uit te blinken, door te zetten. En in die zin is de naam dan toch betekenisvol.’ Dichten, vertellen, liederen verzamelen, aforismen noteren: Tolin is al heel lang actief op het creatieve vlak. ‘Tijdens mijn studententijd kwam ik bijna elk kerstdiner of andere gelegenheid, tot vervelens toe, met het gedicht “Je noemt jezelf een marron-intellectueel”. Ik vond dat heel veel marrons vervreemd waren, gedetribaliseerd zeg maar. Ik verzamelde verhalen, liederen en dergelijke. Dat was de aanloop om in 2003 met het eerse forum Tolin Toli Masanga te komen, het eerste forum van Tolins verhaalhut.’ Dit forum was een individueel project, maar al eerder was Alexander actief betrokken bij collectieve initiatieven zoals Stichting Ameva, de culturele groep Fiamba en de studentenvereniging Boston Bendt.

In juli 2006 is Alexanders theaterstuk ‘Gaandi Nyun Nyun’ in première gegaan: ‘Het Oude Doen Herleven’. Deze voorstelling gaat over het mooie dorp Ganze en haar inwoners. Ganze is een dorp dat thans verzwolgen is door het stuwmeer dat in de jaren ’60 in het district Brokopondo is aangelegd. Nostalgische vertellingen worden afgewisseld met Saramaccaanse folklore. ‘Dit stuk is eigenlijk begonnen als een gedicht dat steeds groter werd.’ Het is zijn streven om binnen niet al te lange tijd zijn poëzie te bundelen. Niet overhaast natuurlijk. Want: ‘Vluchtigheid is goed / maar langzaam is ook goed / maar weet ook dat / de sprong om de houten tak te pakken nog niet alles is / maar de kunst om lang vast te houden is de baas’.

Tolin Alexanders werk is nog niet in druk verschenen. Daarom hieronder een kleine selectie.

Kaka bali
Kaka bali kokoliokolio ooh
dunkuu san toon giin
San mi lasi na san dongo
mi sa fende tide tide ete na san komoto

De haan kraait
De haan kraait kokoliokolio ooh
het donker zal licht worden
Wat ik verloren heb bij zonsondergang
zal ik vandaag nog vinden bij zonsopkomst

Libi teego
Den dii mati:
Dede
Libi
anga Weki Fu Dede
Masaa Gadu
saka kon na Goontapu
a aksi libi sama
san fosi yu
wani
dede, libi ofu weki baka fu dede
Libi sama taki mi wani libi fosi
dan wi wani dede ma te wi dede
wi wani weki baka
Masa Gadu luku libi sama na a booko lafu
San libi sama no sabi na taki teego libi wani taki
dede, libi anga opo baka na dede
A nai toobi pe yu e begin
ala den na wan

Eeuwig leven
De drie vrienden:
De Dood
Het Leven
en De Opstanding
De Here God
daalt neer op de wereld
en vraagt aan de mens
wat wil je eerst hebben
de dood, het leven of de opstanding
De mens zegt ik wil eerst leven
daarna wil dood gaan en daarna
wil ik opstanding
God maakt een glimlach
Wat de mens niet weet is dat eeuwig leven wil zeggen
leven, dood en opstanding
en dat het niet uitmaakt waar je begint
ze zijn allemaal een

Switi Nanga Bita
Ala sama e paandi switi
Switi………
Mi kondee ben de switi switi
mi kon
mi paandi bita
mi kondee pakisee

efu wi de switi switi
sama sa wani bita

Ma di wan gaan tesi kon
pe switi toon siki
ala sama daai luku mi
bifo de opu den mufu
fu aksi mi bita
mi taki un teke ya
defu mi wawan bita kubi
ala den siki di switi ben meke
Switi switi na tongo
ma bita habi en fuka di ai puu
dati meke begin na biten
na dati na seeka fu kondee

Zoet en Bitter
iedereen plantte zoet
Zoet……….
Mijn land was zoet en nog eens zoet
ik kwam
ik plantte bitter
mijn land(genoten) dacht(en)

als wij zoet en nog eens zoet zijn
wie zou bitter willen hebben

Maar toen de grote beproeving kwam
waar zoet ziek werd
keerde iedereen zich om
en keek naar mij
voordat zij hun monden open maakten
om mij bitter te vragen
zei ik: neem hier
mijn bitter genas al die ziektes
die zoet heeft gemaakt
Zoet is zoet op de tong
maar bitter heeft ook zijn nut
daarom wie vroeg begint
zal zijn land vooruitbrengen

Masaa Namo Namo anga Masaa Pasensi
Masaa Namo Namo
kii Masaa Pasensi
Gaan Gadu
A pakisee a wini Goontapu
Masaa Namo Namo, Hesi Masaa
wani ala sani mu pasa esi-esi
A kii Masaa Pasensi esi-esi
sondoo fu a pakisee san o miti eng
Masaa Namo Namo feegete taki
Goontapu e dai anga en ten
anga dati yu mu habi langa boo
So seefi a no ben habi ten fu pakisee taki
Masaa Pasensi nanga Langa Boo na wan
Masaa Namo Namo ben fee kisi odu ana naki Pasensi towe
Masaa Namo Namo no pakisee
fu aksi Masa Pasensi sama na Langa Boo
Ma no sabi taki fu yu holi udu ana
yu habi langa boo
esi esi bun
ma saafi saafi bun tu
ma sabi tu taki
fee kisi udu ana no ala ete
ma na langa boo fu holi eng dati na basi

Meester Haastige Spoed en Meester Geduld
Meester Haastige Spoed vermoordde Meester Geduld
O God almachtig
Hij dacht dat hij de wereld had overwonnen
Meester Haastige Spoed, Vluchtmeester
wil dat alles vluchtig moet gebeuren
Hij vermoordde Meester Geduld vluchtig
zonder te hebben nagedacht wat hem zal overkomen
Meester Haastige Spoed vergat dat de wereld op zijn eigen tempo draait
en dat je van lange adem moet zijn
zo ook had hij geen tijd om te denken dat
Meester Geduld en Lange Adem een zijn
Meester Haastige Spoed sprong en greep de houten tak en sloeg Masaa Pasensi omver
Meester Haastige Spoed heeft er niet aan gedacht
om Meester Geduld te vragen wie Lange Adem is
Hij wist niet dat om de tak vast te houden
je lange adem moet hebben
vluchtigheid is goed
maar langzaam is ook goed
maar weet ook dat
de sprong om de houten tak te pakken nog niet alles is
maar de kunst om lang vast te houden is de baas

Marieke Visser

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Literair Nederland - 10 jaar geleden

14 november 2008

Houten Kruisen van Roland Dorgelès

Sterk door reële inslag

door Dominique Rothengatter

Ik ben normaal gesproken géén fan van oorlogsboeken. De vaak bloedige, mensonterende en dikwijls dodelijke handelingen van de strijdende partijen aan het front, vervullen me met afkeer. Maar dit oorlogsverhaal doet dat niet! Het pakt me en dat komt door de menselijke en behoorlijk realistische toon die Roland Dorgelès neerzet.

In Houten Kruisen vertelt Dorgelès vanuit het perspectief van de Franse soldaat, Jacques Larcher.

Lees meer