Dat ik zong,Bernardo Ashetu

Sublieme poëzie van Bernardo Ashetu in de Sandwich-reeks

Gerrit Komrij was enige tijd de Nederlandse ‘Dichter des Vaderlands’. Hij schrijft ook proza en heeft veel belangrijke poëziebloemlezingen samengesteld.
Uitgeverij Van Gennep publiceert onder redactie van Komrij de Sandwich-reeks. Tot nu toe zijn er 16 kleine bundels verschenen, bloemlezingen van Nederlandstalige dichters die om een of andere reden bijzonder zijn. Nummer 16 heeft als titel Dat ik zong. Daarvoor heeft Komrij 37 gedichten gekozen uit de poëtische nalatenschap van Bernardo Ashetu.
De dichter Bernardo Ashetu (1929-1982) bracht zijn jeugd in Suriname door. Hij was zoon van de bekende Surinaamse arts en later Statenvoorzitter Hendrik Carel van Ommeren en Juliëtte Henriëtte Nassy. Een creools-joodse jongen dus. Met zijn vader had Henk van Ommeren een problematische verhouding, die voor hem zeer frustrerend was. Hij werd telegrafist en later zeeman. Hij vertrok al vroeg uit Suriname en reisde over de hele wereld.
In 1962 verscheen zijn debuutbundel Yanacuna onder het pseudoniem Bernardo Ashetu als dubbelnummer van het tijdschrift Antilliaanse cahiers, uitgegeven door De Bezige Bij in Amsterdam. De bundel bevat 200 gedichten. Daarna verscheen er tijdens zijn leven niets meer. Wel dichtte Bernardo Ashetu nog veel en hij stelde bundels samen, maar ze kwamen nooit bij een uitgever. De nalatenschap van onuitgegeven bundels wordt nu beheerd door Michiel van Kempen.
Uit die nalatenschap is in 2002 door de Surinaamse uitgeverij Okopipi de kleine bundel Marcel en andere gedichten uitgegeven en nu dus Dat ik zong in Nederland.

Salonijs
Ik ben mijnheer Salonijs.
Mag ik mij aan u voorstellen?
Kijk, ik ben mijnheer Salon-ijs,
kinderen vreten aan m’n hart.
Dat maakt mij zo moe en ik
raak op. Grote God, ik raak op.

De poëzie van Bernardo Ashetu verdient het om in zulke kleine, fijne boekjes van hoge kwaliteit uitgegeven te worden. We mogen hopen dat er nog veel volgen, hier en daar. Het is fascinerende poëzie om de grote en toch onnadrukkelijke poëtische kracht ervan, de oorspronkelijkheid en de raadselachtige inhoud. Als lezer van de poëzie betreed je het wonderbaarlijke universum van de dichter met droomachtige tegenstrijdigheden die verdriet, gespletenheid en verlatenheid verbeelden op een totaal eigen manier. Het hierboven geciteerde ‘Salonijs’ (p. 20) en ‘Het tapijt’ (p. 44) staan ook in de Okopipibundel.
‘Salonijs’ lijkt in zijn eenvoud op een gedicht voor kinderen, maar hoe vaker je het hardop leest, hoe meer diepte je gaat ontdekken. In ‘Het tapijt’ vertelt de dichter over een oosters tapijt in een huis in Afghanistan dat hem fascineert. Hij zoekt vergeefs naar het geheim, de toverkracht, van dat tapijt, gedreven door een koppige hartstocht. Het gedicht komt uit de persoonlijke 1000 en 1 nacht van Bernardo Ashetu.
Ook de andere gedichten in Dat ik zong zijn stuk voor stuk juwelen uit de wereld van de dichter die samenhangt met de mythologie van vele volkeren en waarin gevoel een grote plaats heeft. Gevoel dat meedeint op muzikale regels in een unieke context. Persoonlijk houd ik veel van ‘Tjiwa’, een stukje mythe over een strijder die samen met een schildpad streed aan ‘een verschrikkelijk front’. En zoals het altijd gaat na een strijd: de een houdt er rijkdom aan over, de ander armoede. Dit laatste betreft de schildpad, die gedoemd is te kruipen over het strand. Maar hij blijft zoeken naar ‘iets volmaakt onbekends’. Bernardo Ashetu presenteert deze kleine fabel alsof hij foto’s laat zien van de strijders, een prachtige vondst waardoor alle tijden weer versmelten.
We zijn blij dat er in Nederland nu ook een bundeltje met gedichten van deze toverachtige dichter met een Surinaamse achtergrond is verschenen. En natuurlijk zijn we ook een beetje trots dat wij hier de eersten waren die gedichten uit de nalatenschap van Bernardo Ashetu uitgaven!

Bernardo Ashetu, Dat ik zong. Onder redactie van Gerrit Komrij. De Sandwich-reeks nr. 16. Amsterdam, Van Gennep, z.j. ISBN 978 90 55158652
Bernardo Ashetu, Marcel en andere gedichten. Paramaribo, Uitgeverij Okopipi, 2002. ISBN 99914-64-07-7

Eerder verschenen in de Ware Tijd-Literair, op 20 oktober 2007.

em

Els Moor is hoofdredacteur van dWT-L, de literaire pagina van Surinames grootste dagblad de Ware Tijd. Zij is meer dan twintig jaar aan de kweekschool verbonden geweest. Voor het literatuuronderwijs werkte ze mee aan de methode Fa yu e tron leisibakru (Hoe je een leesgek wordt).

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 november 2008

Vochtige streken - Charlotte Roche

Dirty reading: Taboes doorbreken met de botte bijl

Afgelopen september was ik op vakantie in Nederland. Met goede vrienden zaten mijn man en ik aan een grote houten keukentafel, dikke kranten op tafel, tijdschriften, een lekker glas wijn er bij, toastjes met Franse kaas, de kinderen languit op een vloerkleed met een nieuw prentenboek De aap met de blauwe billen. Een tijdelijke verandering van omgeving kan het leven soms zeer genietbaar maken … Het gesprek kwam op een roman die nog niet in Nederland te krijgen was, maar de Duitse schrijfster Charlotte Roche werd desondanks in al dat leesvoer dat daar tussen ons in lag uitgebreid geïnterviewd.

Lees meer