BUNKER HILL 30 – De dichter is een koe

– Wie zijn in de ogen van de collega's de belangrijkste dichters van de twintigste eeuw?
– En wie de grootste talenten van dit moment?
– Welke dichter moet definitief van zijn voetstuk?
– Wat is de (zuurste) kritiek op de poëziekritiek?
– Loont het om als dichter elke dag een paar minuten te oefenen in het leven van de lucht?
– En hoe is het toch met Hans Faverey?

De enquête werd gehouden door Martijn Mertens en Caroline Mulder. Daarnaast droeg een keurcorps van achttien inzenders een gedicht bij – van Menno Wigman tot Tjitske Mussche en van debutant Eus tot grand old man L. Th. Lehmann. Hans Sleutelaar wijdde zich aan een pleidooi voor het rijm. Rutger H. Cornets de Groot buigt zich in de eerste van een nieuwe reeks poëzienotities over een gedicht van Arjen Duinker.

En in het uitgebreide interview dat de kersverse Bunker Hill-redacteur Alfred Schaffer voor de vaste rubriek Schrijversvertrekken met hem afnam, vat H.H. ter Balkt dit nummer kernachtig samen: 'Poëzie is geen puin, poëzie leeft. Poëzie is geest!'

Word nu abonnee van Bunker Hill voor slechts 18 euro per jaar (4 nummers) en ontvang een nummer gratis. Zie

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

20 augustus 2009

Dunne grenzen tussen socialisme en nationaal-socialisme

Volgens de achterflap hebben we te maken een doctoraalscriptie, die de Scriptieprijs van de Stichting Lezen 2007 heeft gewonnen. Dat maakt meteen al nieuwsgierig, want zoveel scripties krijgt de gemiddelde lezer niet onder ogen. Ook het onderwerp over het reilen en zeilen tijdens de Tweede Wereldoorlog van de Arbeiderspers, die nauw verbonden was met de sociaal-democratische SDAP, boeit bij voorbaat. Bij mij kwam meteen de vraag op hoe het mogelijk was dat een socialistische uitgeverij ging samenwerken met de nazi’s.

Lees meer