BUNKER HILL 30 – De dichter is een koe

– Wie zijn in de ogen van de collega's de belangrijkste dichters van de twintigste eeuw?
– En wie de grootste talenten van dit moment?
– Welke dichter moet definitief van zijn voetstuk?
– Wat is de (zuurste) kritiek op de poëziekritiek?
– Loont het om als dichter elke dag een paar minuten te oefenen in het leven van de lucht?
– En hoe is het toch met Hans Faverey?

De enquête werd gehouden door Martijn Mertens en Caroline Mulder. Daarnaast droeg een keurcorps van achttien inzenders een gedicht bij – van Menno Wigman tot Tjitske Mussche en van debutant Eus tot grand old man L. Th. Lehmann. Hans Sleutelaar wijdde zich aan een pleidooi voor het rijm. Rutger H. Cornets de Groot buigt zich in de eerste van een nieuwe reeks poëzienotities over een gedicht van Arjen Duinker.

En in het uitgebreide interview dat de kersverse Bunker Hill-redacteur Alfred Schaffer voor de vaste rubriek Schrijversvertrekken met hem afnam, vat H.H. ter Balkt dit nummer kernachtig samen: 'Poëzie is geen puin, poëzie leeft. Poëzie is geest!'

Word nu abonnee van Bunker Hill voor slechts 18 euro per jaar (4 nummers) en ontvang een nummer gratis. Zie

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 maart 2009

Recensie: Dingen die op liefde lijken van Hans Hogenkamp

Door Marco van den Broek

Dingen die op liefde lijken is de tweede roman van Hans Hogenkamp, na het geprezen Excuses voor het ongemak. In het nieuwe werk dient zich Job aan, die na een zakelijke afspraak met de mooie Zanne een affaire met haar begint. Hij wordt verliefd en besluit zijn gezin (acht jaar huwelijk en twee kinderen) te verlaten. Job blijkt zich echter te hebben vergist in de relatie met Zanne.

Lees meer