BUNKER HILL 30 – De dichter is een koe

– Wie zijn in de ogen van de collega's de belangrijkste dichters van de twintigste eeuw?
– En wie de grootste talenten van dit moment?
– Welke dichter moet definitief van zijn voetstuk?
– Wat is de (zuurste) kritiek op de poëziekritiek?
– Loont het om als dichter elke dag een paar minuten te oefenen in het leven van de lucht?
– En hoe is het toch met Hans Faverey?

De enquête werd gehouden door Martijn Mertens en Caroline Mulder. Daarnaast droeg een keurcorps van achttien inzenders een gedicht bij – van Menno Wigman tot Tjitske Mussche en van debutant Eus tot grand old man L. Th. Lehmann. Hans Sleutelaar wijdde zich aan een pleidooi voor het rijm. Rutger H. Cornets de Groot buigt zich in de eerste van een nieuwe reeks poëzienotities over een gedicht van Arjen Duinker.

En in het uitgebreide interview dat de kersverse Bunker Hill-redacteur Alfred Schaffer voor de vaste rubriek Schrijversvertrekken met hem afnam, vat H.H. ter Balkt dit nummer kernachtig samen: 'Poëzie is geen puin, poëzie leeft. Poëzie is geest!'

Word nu abonnee van Bunker Hill voor slechts 18 euro per jaar (4 nummers) en ontvang een nummer gratis. Zie

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

05 februari 2009

Seizoenen van zinnen door Frans de Birk en Jet van Swieten

Bundels gedichten gemaakt door twee dichters zijn zelden een succes. Ze doen veelal gekunsteld aan, immers een gedicht is de allerindividueelste uiting van een dichter en kan maar zelden gedeeld worden met diezelfde uitingen van een andere poëet.

Frans de Birk (1961) is een dichter uit Nieuwegein, die een groot aantal fraaie verzen op zijn naam heeft staan. Bundels als Herberg van dode schepen en Penseelstreken van de tijd bleven ten onrechte redelijk onopgemerkt maar in de tussentijd trad De Birk op met zijn groep JAFT, waarmee hij zijn gedichten op taal zette en ze door musici liet begeleiden.

Lees meer