Kazuo Ishiguro volgt Bob Dylan op als laureaat Nobelprijs voor Literatuur

Hij speelt gitaar en hij schrijft liedjes, dus: ‘Roll over Bob Dylan’. Dat zei Salman Rushdie eerder vandaag toen hij zich blij en verheugd toonde over de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan zijn goede vriend Kazuo Ishiguro. Hij zei nog meer, maar deze misschien voor meer maar eigenlijk maar voor één uitleg vatbare verwijzing naar de vorige laureaat viel op. Want de uitverkiezing van Dylan vorig jaar viel niet overal in goede aarde, en de wijze waarop de singer/songwriter omging met de literaire eer die hem bewezen werd al helemaal niet.
De Nobelprijs voor Literatuur was na vorig jaar toe aan een onomstreden laureaat, en kreeg die in de Brits-Japanse schrijver Kazuo Ishiguro. Ishiguro, bij het grote publiek vooral bekend door The Remains of the Day – al zullen veel mensen die genoten van de film niet weten dat hij de schrijver van de verfilmde roman is – gold niet als favoriet. Hij stond zelfs niet op de lijstjes van de bookmakers.

Tot het moment waarop Kazuo Ishiguro (1954) zijn prijs krijgt, is het Nobelprijscomité uiterst terughoudend in het onderbouwen van zijn keuze. In de persverklaring die onmiddellijk na de bekendmaking van de toekenning naar buiten werd gebracht staat alleen dat de Nobelprijs voor Literatuur is toegekend aan Ishiguro, ‘who, in novels of great emotional force, has uncovered the abyss beneath our illusory sense of connection with the world’.
Gebruikelijk is wel dat Sara Danius, secretaris van de Svenska Akademien, mondeling terugkomt op de uitverkiezing. Ten overstaan van de aanwezige journalisten typeerde zij het werk van de laureaat: I would say: if you mix Jane Austen and Franz Kafka, then you have Kazuo Ishiguro in a nutshell. But we have to add a little bit of Marcel Proust into the mix and then you stir but not too much and then you have his writings (…)’. Waarna ze inging op het belang van de laureaat en zijn werk: ‘He’s a writer of great integrity. He doesn’t look to the side, he’s developed an aesthetic universe all his own.’

Het oeuvre van Kazuo Ishiguro is niet uitzonderlijk omvangrijk. Hij schreef acht romans, en daarnaast korte verhalen en filmscripts. Zijn werk is nauwelijks onder een noemer te vangen. Schurkte hij in The Remains of the Day (1989) aan tegen het historische, zijn meest recente roman The Buried Giant (2015) is fantasy. Als er al een constante is, dan zijn dat zijn personages die hij geen moment rust gunt. Zij moeten voortdurend iets, zijn fysiek en mentaal altijd in beweging.

Ishiguro zelf heeft inmiddels laten weten uitzonderlijk vereerd te zijn met de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur, vooral omdat hij met deze prijs in de voetsporen treedt van schrijvers die hij tot de groten rekent. In een breder perspectief hoopt de schrijver dat de Nobelprijzen in de onzekere omstandigheden waarin de wereld verkeert een positieve doorbraak kunnen forceren. I’ll be deeply moved if I could in some way be part of some sort of climate this year in contributing to some sort of positive atmosphere at a very uncertain time.’

 

35ste Nacht van de Poëzie als immer zonder wanklank

Dichtbundels verkopen moeizaam, maar bijna tweeduizend bezoekers laten zich tot diep in de nacht met graagte inpakken. Ademloos luisterend naar wat er geboden wordt. Deze 35ste Nacht van de Poëzie begint met de vraag: ‘Wat is het geheim van de Nacht van de Poëzie?’, gesteld door Nacht-presentator Piet Piryns. Waarop hij met een antwoord komt van Guus Middag: namelijk dat de oorzaak bijvoorbeeld gezocht zou kunnen worden in de ontkerkelijking. Mensen gaan niet meer wekelijks, maar eenmaal per jaar naar de kerk en dat is tijdens de Nacht van de Poëzie, dan wordt de hoogmis van het woord gevierd. De bezoekers zijn de gelovigen. Trouw en toegewijd zijn ze voor hun bedevaart naar Utrecht gestroomd en ook ditmaal kregen ze waarvoor ze gekomen waren.

Vragen horen bij poëzie, zoals de dag bij de nacht. Op de vraag wat poëzie nu eigenlijk is antwoordde Gerrit Komrij ooit: “alle goeie gedichten bij elkaar”. Dat is zo’n goed antwoord, omdat je er alle kanten mee uit kunt, precies zoals de bij voorkeur ongrijpbare Komrij het ’t liefste had. Maar het is ook daarom een goed antwoord, omdat het onderdak biedt aan alle varianten. “Kost en inwoning”, zoals een andere definitie luidt. En zo was ook deze Nacht van de Poëzie in Vredenburg/Tivoli te Utrecht: onderdak voor alle varianten, een huis met vele kamers, om in Bijbelse termen te blijven.

De bezoekers zagen en hoorden een lyrische maatschappijcriticus die in zijn gedichten het vermalen van haantjes verwierp, een onwillige diva die alles deed om het publiek niet te behagen en desondanks uitbundig werd toegejuicht, een dichteres van wie de krachtige performance omgekeerd evenredig was aan de begrijpelijkheid van haar poëzie en die tóch als eerste open doekjes oogstte: meerdere zelfs. Geen dichter die op de andere leek – en het past allemaal. Naadloos.

Is dat misschien een kritische opmerking waard? Dat het te blij, opgewekt, lievig en welwillend is allemaal? Niemand die werd uitgejouwd, geen performer die verontwaardigd staakte. Het zegt ook iets over verontwaardiging als zodanig, wellicht. Een avondje zónder is een verademing. Dus genoot het publiek – ook in dit opzicht – met volle teugen. Dichteres Antjie Krog leek in haar optreden zelf verontwaardigd, bijna giftig. De frêle Zuid-Afrikaanse maakte een verpletterende indruk.

 

De entre acts, vanouds befaamd om de onweerstaanbare mix van kwaliteit en variatie, hadden ook ditmaal hun heilzame en opschuddende effect. Brigitte Kaandorp haalde meteen aan het begin van de avond de geest uit de fles en zette op haar onnavolgbare wijze de zaal op stelten. Lucas en Arthur Jussen namen het publiek tot grote hoogten mee op hun vleugels. Karsu, Amsterdamse pianiste van Turkse afkomst, bespeelde in meerdere opzichten een verbluffend gevarieerd register, van breekbaar tot verwoestend. De Amerikaanse zanger Glen Hansard getuigde van zijn muzikale schatplichtigheid aan Woody Guthrie die 50 jaar geleden overleed, maar in het betreffende lied was het de Trump anno nu die het moest ontgelden. De zaal klapte en juichte.

Het motto van de avond was ‘drijf een wig in de nacht en luister’ maar dat kan geen thema heten. Voor wie een beetje oplette was het thema er wel: familiebanden, al dan niet knellend. Poëtisch passeerden moeders, vaders, broers, zussen, zonen, dochters. Alsof het afgesproken werk was, bijna geen dichter die eraan voorbij ging. In ruimere context bezien was dat ook wat de avond weer uniek en onvergetelijk maakte: de verbinding tussen performer en publiek met woorden en muziek. Er ontstaat een geheel dat meer is dan de som der delen. Magisch, ontastbaar, wezenlijk en reëel.

Ingmar Heytze behoorde ditmaal niet tot de optredende dichters, maar een gedicht van hem in de hal van het theater verwoordt het aldus:

[…] vier zalen komen tot leven rond de as,
achthoekig, pluche en hout. Luister,

kijk, drink alles in. Wat krijgt de wereld
beter aan het draaien dan muziek?   

Kom verder, nergens ben je dichterbij.
Vanavond spelen we alleen voor jou.

Gelovig of niet, daaraan kan geen bedevaartganger weerstand bieden.

 

Foto boven: Dimitri Verhulst
Foto midden:Karsu
Foto onder: Lucas en Arthur Jussen

Foto’s: Marieke van Delft

 

 

Een week lang feest

Spui25, genoemd naar het pand bij de Amsterdamse boekenmarkt en het Maagdenhuis waarin het academisch-culturele podium is gehuisvest, bestaat tien jaar. Dat wordt een week lang met allerlei activiteiten gevierd.
De aftrap was vrijdag 15 september met een opfriscursus over het werk van Jeanette Winterson en de start van het nieuwe seizoen met de Spui25-lezing door Winterson zelf, een paar deuren verder in de Aula van de Lutherse Kerk. De afsluiting is 22 september met een overigens al volgeboekt gesprek tussen Orhan Pamuk en Abdelkader Benali. De opfriscursus werd gemodereerd door Fiep van Bodegom, bekend van onder meer De Gids en De Groene Amsterdammer. Moderator van de lezing was Simone van Saarloos. Omdat de Nederlandse vertaling van de volledige lezing van Winterson de komende week in De Groene zal worden gepubliceerd, worden hier wat thema’s aangestipt die zowel in de opfriscursus als in de lezing aan bod kwamen.

Verhalen vertellen
De eerste spreker tijdens het middagprogramma, Maarten Polman, die zes boeken van Winterson vertaalde, begon zijn inleiding aan de hand van Wintersons Vuurtorenwachter (2004) met het schetsen van de thema’s in haar werk. Een daarvan, verhalen vertellen, is in genoemde roman nadrukkelijk aanwezig omdat de vuurtorenwachter leefde bij het vertellen van verhalen.
Winterson kwam hier ook mee toen zij zich in haar lezing afvroeg wat het is om mens te zijn. De mens, zei ze, ontwikkelde kunst, de taal en vertelde de ander verhalen bij het haardvuur. Het is een vorm van creativiteit die je met alle robotisering om ons heen niet kunt kopiëren. Het verbindt ons met het verleden, waardoor we nog steeds in gesprek kunnen zijn met een dode schrijver als Shakespeare, haar held, wiens The Winter’s Tale ze bewerkte tot Het gat in de tijd (2015).

Kunst
Kunst is volgens Winterson een plaats om in te leven, virtual reality. Maar wat op het toneel gebeurt, is echt, is waar. Winterson geeft niets om experience, een belevenis, maar om intensiteit.
Joyce Goggin, de tweede inleider van de middag en universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam, benoemde het op een soortgelijke manier: in het werk van Winterson zit vaak een open plek, een ruimte tussen binaire opposities als man-vrouw, zwart-wit, binnen-buiten. Hierin kan, stelde zij met de filosoof Hans Gadamer, betekenis worden gecreëerd. De plaats die Winterson benoemde, de lege plek waar Goggin het over had, is een vrijplaats waar je volgens Winterson voor moet vechten.

Verbinding
Fiep van Bodegom vroeg in het tafelgesprek en het gesprek met de zaal dat bij Spui25 altijd volgt op een of meerdere inleidingen, hoe de inleiders zich tot het werk van Winterson aangetrokken voelden. Goggin antwoordde het gevoel te hebben dat ‘ze in mijn hoofd kijkt, altijd bij me is.’ Polman kroop als vertaler in haar boeken en zo kwam zij bij hem binnen.
Winterson begon haar lezing, nadat Lou Reeds Perfect day was gedraaid, over pure vreugde, zowel cognitief als fysiek (ook hier was de oppositie opgeheven), die je kunt ervaren in muziek, in een kus op de brug, in lezen. Er vindt een verbinding plaats met jezelf, het is leven meer dan in louter biologische zin en van haar zou je het tot op zekere hoogte religieus mogen noemen.

Ontwikkeling
Een interessante vraag tijdens het middagprogramma kwam uit de zaal, van biograaf, publicist en begeleider van promovendi Maaike Meijer. Zij vroeg zich af of er een ontwikkeling kan worden geconstateerd in het werk van Winterson. Polman stelde dat de vondeling die Winterson is, inmiddels haar biologische moeder heeft ontmoet, zodat dit thema (het zoeken naar identiteit) volgens hem is afgesloten. Hij vroeg zich in alle eerlijkheid af hoe het nu verder moet. Goggin zag de ontwikkeling vooral in de veelzijdigheid van Wintersons oeuvre: romans, brievenromans, essays, science fiction. De conclusie was dat ze elke keer weer verrast met een boek op hoog niveau.
De schrijfster zelf kwam aan het eind van haar met plezier gebrachte lezing voor een grotendeels uit vrouwen bestaand publiek in wezen ook met een antwoord, in de woorden van Miranda uit Shakespeares The Tempest:

Oh wonder!
How many goodly creatures are there here!
How beauteous mankind is! O brave new world,
That has such people in it!

In het interview met Van Saarloos zei Winterson voorts nog dat je niet kunt verwachten dat de wereld verandert, als je zelf niet kunt veranderen. Er klonk iets van de radicaliteit in door die Polman al had aangegeven. Zo kennen we haar en zo is het goed.

 

foto: Yve du Bois

 

 

Shortlist ECI Literatuurprijs

De ECI Literatuurprijs laat zich er wel vaker op voor staan de succesnummers links te laten liggen en met wat minder bekendere titels te komen. Dit jaar werden dan ook, naast het alom goed besproken Noodweer van Marijke Schermer (Van Oorschot) en De mensengenezer van Koen Peeters (De Bezige Bij), ook de wisselend beoordeelde Yucca van Peter Terrin (De Bezige Bij)   en Halleluja van Annelies Verbeke (De Geus) evenals de nauwelijks opgemerkte Eindeloos eiland van Huub Beurskens (Koppernik) en De waren van Daniël Rover (Wereldbibliotheek) genomineerd voor de shortlist.

Doel van de ECI Literatuurprijs is de genomineerden, en uiteindelijk het winnende boek onder de aandacht te brengen bij een zo breed mogelijk publiek. Dit jaar wordt dan ook voor het eerst (zondag 24 sept.) het Shortlistfestival georganiseerd in samenwerking met de Bibliotheek Den Haag. Ook is er op de Vlaamse Boekenbeurs (vrijdag 3 nov.) een literair café waar de genomineerde auteurs te vinden zullen zijn.

Het winnende boek wordt op donderdag 9 november bekend gemaakt tijdens een speciale avond in het Theater aan het Spui in Den Haag. De winnaar ontvangt 50.000 euro, daarbij ontvangen alle genomineerden een bedrag van 5.000 euro. Ook is er nog de lezersprijs waaraan een bedrag van 10.000 euro verbonden is.

De jury van de ECI Literatuurprijs bestaat uit: Thom de Graaf (voorzitter Vereniging Hogescholen, fractievoorzitter D66), Jelle van Riet (literair journalist De Standaard), Sofie Gielis (recensent proza De Standaard), Daan Stoffelsen, (recensent en redacteur Revisor), Sebastiaan Kort (recensent NRC).

Op donderdag 9 november, tijdens een speciale avond in het Theater aan het Spui in Den Haag, wordt het winnende boek bekend gemaakt.

Vorig jaar won Martin Michael Driessen met zijn boek Rivieren de prijs.

Op Literairnederland werden twee titels van de shortlist besproken:

Noodweer van Marijke Schermer en

Halleluja van Annelies Verbeke.    

 

 

 

 

 

 

 

Uitbreiding van de redactie

Net als andere jaren draait Literair Nederland in de maanden juli en augustus op een ‘zomerritme’. Wij gaan op vakantie, onze recensenten gaan op vakantie maar onze bezoekers blijven komen. Daarom zijn wij blij dat onze nieuwe redacteur Liliane Waanders in de komende weken onder de noemer CityTrip zal schrijven over een aantal klassiekers:

Over Londen / Geheim Londen – Virginia Woolf
Lissabon: een logboek – José Cardoso Pires
Venetië – Paul Morand
Het diepste punt van Nederland – H.J.A. Hofland

Daarbij zal Liliane Waanders in de toekomst recensies redigeren, columns schrijven, literaire tijdschriften recenseren en meedraaien in de wekelijkse rubriek De Oogst.
Wij heten haar van harte welkom.

Zomers Literair Nederland
In de zomermaanden versturen wij geen nieuwsbrieven. Maar er staat nog wel een aantal interessante recensies op stapel en ook van onze columnisten zullen er bijdragen blijven verschijnen.
En verder is het natuurlijk een tijd die bij uitstek uitnodigt om eens in het archief van Literair Nederland te duiken!

Wij wensen u een mooie zomer toe!

Redactie Literair Nederland

 

 

 

Write Now! drie winnaars en geen publieksprijs

“Zijn vader was arts en had meteen gezien dat het een stukje mens was dat Luigi tussen zijn kaken geklemd hield, vastbesloten het aan niemand af te staan. In de dagen erna spoelden er steeds meer stukjes aan. Het strand werd afgezet. De toeristen gingen naar huis. Vanaf die tijd kreeg zijn vader het erg druk.”

Zo begint het winnende verhaal van Write Now!, de grootste schrijfwedstrijd van Nederland en Vlaanderen waarvan de prijswinnaars dit weekend bekend werden gemaakt. Kyrian Esser (1992) uit Amsterdam schreef dit verhaal binnen drie weken, de tijd die een winnaar van een van de regionale voorrondes gegeven is om mee te kunnen dingen naar de eerste prijs. Maar, en dat is nieuw, sinds dit jaar ook naar een tweede of derde prijs.

De jury over Kyrians verhaal ‘Grote lijnen, kleine mannen’:

“(…) Niet alles wordt uitgelegd, maar dat is ook niet nodig. Er is een relatie met het actuele publieke debat, (…). Het is knap om grote thema’s klein te kunnen maken, en zo de vergelijking te trekken naar het persoonlijke. Het was een goede keuze om het verhaal vanuit het perspectief van een kind te vertellen. Vanuit dit perspectief is het opeens vernieuwend en logisch als de structuur niet helemaal klopt.”

Voorgaande jaren was er sprake van een jury- en een publieksprijs, (die laatste werd mede door de dagblad De Morgen gefinancierd) en kwam het wel eens voor dat een deelnemer met beide prijzen aan de haal ging. Zoals onze columnist Marijn Sikken, die in 2011 de jury- en publieksprijs won, evenals Vincent van Meenen in 2012. Beiden debuteerden onlangs met een roman; Sikken begin dit jaar met Probeer om te keren (Cossee), Van Meenen in 2016 met Licht en geluid  bij Nijgh & Van Ditmar). Ook Lize Spit, won in 2013 de  jury- en publieksprijs en debuteerde in 2016 met Het smelt bij Das Mag.
Maar ook deelnemers die ooit de regionale aanmoedigingsprijs ontvingen, werden bekende spelers op het literaire veld zoals Wytske Versteeg (aanmoedigingsprijs Amsterdam 2004), Joost de Vries (idem dito in Utrecht 2004) en Jaap Robben (in Eindhoven 2003).

Een publieksprijs behoort met ingang van dit jaar tot het verleden liet desgevraagd een medewerkster van Passionate Bulkboek – die Write Now! organiseert – weten. In plaats daarvan is er nu, naast de eerste prijs, een tweede en een derde prijs. Hiervoor is gekozen omdat in de afgelopen jaren steeds opviel dat het talent in de finale opmerkelijk hoog lag. Nu worden deelnemers die normaal als tweede en derde eindigden ook beloond. De bijdrage van De Morgen maakt nu deel uit van een groter prijzenpakket.

Zodoende werd er deze keer een tweede prijs uitgereikt, aan Laurens Duyts (22) uit Arnhem, voor zijn verhaal ‘O-negatief, en de derde prijs ging naar Mattijs Deraedt (23) uit Heverlee (B) voor een serie gedichten. Zij wonnen onder meer een coachingsgesprek met Lebowski hoofdredacteur Jasper Henderson en een Schrijfdag bij de Schrijversacademie.

Dit jaar stuurden bijna duizend jongeren hun tekst in voor Write Now! In de maanden april en mei vonden er in Nederland en Vlaanderen tien regionale voorronden plaats. De vijftien finalisten die hier uit voortkwamen, schreven ieder binnen drie weken een nieuwe tekst voor de finale. De finalejury bestond uit juryvoorzitter Roos Vlogman (winnaar Write Now! 2016), Erik Brus (eindredacteur Passionate Bulkboek), Ann Jooris (chef Boeken De Morgen), Janneke Siebelink (hoofdredacteur Boeken Bol.com) en Maud Vanhauwaert (auteur). Zij lazen de inzendingen anoniem en kozen Kyrians verhaal tot winnende tekst. Het volledige juryrapport staat op de website.

 

Hier de verhalen van de drie winnaars: ‘Grote lijnen, kleine mannen’, het hele verhaal van Kyrian Esser; ‘O-negatief van Laurens Duyts en de gedichten van Mattijs Deraedt.

 

Op de foto: Mattijs Deraedt (L), Laurens Duyts (M) en Kyrian Esser (R).

Foto: Vera Cornel

 

 

Frank Westerman wint twee belangrijke prijzen

In 2016 werd Een woord een woord genomineerd voor de ECI-literatuurprijs en voor de Librisprijs. De nominaties leverden hem geen prijs op maar dit jaar kwam het er dan van: met zijn boek Een woord een woord werd Frank Westerman (1964) in de afgelopen dagen twee maal gelauwerd. Hij won de M.J. Brusseprijs voor het beste journalistieke boek en de VPRO Bob den Uylprijs voor het beste Nederlandstalige reisboek uit het afgelopen jaar. Aan de prijzen zijn respectievelijk 10.000 en 7.500 euro verbonden.

Westerman was als scholier getuige van de Molukse gijzelingsacties in de jaren 70, versloeg als correspondent de oorlog in Bosnië en terreuraanslagen van Tsjetsjenen in Rusland. In Een woord een woord onderzoekt Westerman wat het antwoord op terreur moet zijn. Voor de Brusseprijs was een record aantal inzendingen van 182, waarvan vijf boeken werden genomineerd.

De jury van de Bob den Uylprijs, onder leiding van Frits van Exter koos het boek omdat: ‘Het is een stoutmoedige onderneming, waarbij journalist en mens elkaar goed aanvullen. Het verhaal biedt misschien geen makkelijke conclusies, maar voegt iets wezenlijks toe aan het debat.’ Van Exter maakte de winnaar bekend in het programma Met het oog op morgen op Radio 1.

Voor de M.J. Brusseprijs waren naast Westerman de volgende titels genomineerd: Heineken na Freddy – Stefan Vermeulen, Juliana – Jolande Withuis, 1936 – wij gingen naar BerlijnAuke Kok en Fout in de Koude Oorlog – Martin Bossenbroek.

Vorig jaar won Marcia Luyten met Het geluk van Limburg.

Zondagmiddag ontving Westerman in de Amsterdamse Hortus de Bob den Uylprijs. Juryvoorzitter en VPRO-directeur Lennart van der Meulen:

“In een tijd waarin woorden besmet zijn geraakt, waarin feiten worden betwist en leugens regeren koos de jury voor een boek dat de vraag centraal stelt of het woord een wapen kan zijn in de strijd tegen geweld. Meer dan ooit is er behoefte aan schrijvers die op zoek gaan naar de verhalen achter de propaganda, de oneliners van Twitter en de gehackte sociale media. Schrijvers en journalisten zijn wapenbroeders in de strijd tegen leugen en bedrog.”

Een woord een woord gaat over een reeks spraakmakende gijzeldrama’s en begint met de Molukse acties in de jaren zeventig bij De Punt. Westerman maakt zichtbaar hoe smal de demarcatielijn is tussen activisme en terreur. En dat elke tijd gekenmerkt wordt door geweld en excessen en hoe de stap naar radicalisering ontstaan kan. Een journalistieke reportage met persoonlijke bespiegelingen en historisch onderzoek, dat een zeer bijzonder boek oplevert.

 

Overige genomineerde titels voor de Bob den Uylprijs waren: Winter-IJsland – Laura Broekhuysen, De gloed van Sint-Petersburg. Wandelingen door heden en verleden – Jan Brokken, Bonbons voor mevrouw Assad. Achter de linies van het Syrische regime – Robert Dulmers , Op reis met mijn vader (die dood is) – Maarten van Riel – en Atjeh. Het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis – Anton Stolwijk.

 

Zondag 18 juni is Frank Westerman te gast in VPRO Boeken.

De chemie tussen interviewer en schrijver en een festival

Het speelde zich voor een deel af in de Cloud van TivoliVredenburg. Te bereiken met een roltrap zoals je je die ooit voorstelde bij het liedje Roltrap naar de maan van Klein Orkest. Het laatste stuk te voet, traptreden beklimmend met aan een kant een gapende diepte (je zult maar hoogtevrees hebben). Hét literatuurfestival van Utrecht, waar vertalers bevraagd worden naar het hoe en waarom van hun vertaling. Of hoe iemand erbij komt een Nederlands boek in het Catalaans of Estlands te vertalen, zoals Herman Kochs Het diner. Een festival waar schrijvers gevraagd worden naar het hoe en waarom door interviewers die zelf schrijven en/of recensent zijn. Waar films worden vertoond in Filmhuis ’t Hoogt; documentaires over de levens van literaire helden als Konstatin Paustovski en James Baldwin, de schrijver van Go Tell it on the Mountain die in I’m not your Negro, op indringende wijze tot leven word gebracht. Waar literaire prijzen worden  uitgereikt, songteksten gekoppeld aan literair werk maar bovenal waar gesproken wordt over boeken en hun schrijvers die – buiten de Nederlandse schrijvers – werden ingevlogen vanuit Engeland, China, Duitsland, Noorwegen en Zweden.

 

Literaire groupies
Het was de tweede editie van het Internationale Literatuur Festival Utrecht (ILFU). De accommodatie beviel – buiten een enkel zaaltje – niet zo goed als de accommodaties in voorgaande jaren. Daarbij denkend aan de jaren toen het festival nog Ciy2Cities heette en het literaire volk door de straten van locatie naar locatie trok op de hielen gezeten door literaire groupies en leesclubfans. Dat was nog eens wat. De onverwachte ontmoetingen, het rouleren van publiek en schrijvers bleef nu merendeels achterwege. Bezoekers bleven in de stille ruimtes tussen twee zalen (of verdiepingen) hangen of verloor zich in de klanken van een bierfeest – dat niets van doen had met dat waar we voor gekomen waren – en waar je je snel doorheen baande op zoek naar de chemie van het festival.

 

Er was naar uitgekeken. Hans Bouman die de tweede avond inluidde met een interview met de Engelse schrijver Graham Swift. Een bedachtzaam man die met sonore stem zijn verhaal vertelt, zijn denkwijze. Over Moeders zondag, Mothering Sunday dat het in Engeland van oorsprong een christelijke feestdag was waarop gelovigen terugkeerden naar hun ‘moederkerk’, in de streek waar ze vandaan kwamen. En wat een schrijver zou willen met zijn boeken, over de ontmoeting met de lezer. Swift zegt dat het leven voor iedereen verwarrend is. Hij zegt zich net zo te voelen als zijn lezers, en het lijkt hem goed die verwarring te delen: ‘Auteur; betekent autoriteit. Ik wil geen autoriteit hebben over mijn lezer. Ik zit in hetzelfde schuitje als zij, in dezelfde zee van verwarring. Verhalen vertellen is een soort van navigeren door die zee van verwarring. Waarbij hij uitkomt op het begrip vertrouwen: Áls ik enige autoriteit als schrijver bezit, is dat op het gebied van vertrouwen.

Swift kreeg alle ruimte waarin hij bedachtzaam zijn relatie van schrijver met lezers en zijn uitgangspunt als schrijver uiteen zette; niet weerhouden door enige beschroomdheid. De vraag naar het begrip ‘vertrouwen in relatie tot zijn autoriteit als schrijver’ was interessant geweest. Wat kwam was de retorische vraag: U schrijft geen contemporary literatuur? ‘Te journalistisch’, pareerde Swift de vraag. En: ‘Er is geen roman die volledig hedendaags is omdat tijd voorbij gaat: wat je nu schrijft behoort alweer tot het verleden. De reden waarom mensen lezen is dat je het gevoel hebt dat – in welke tijd het ook speelt – je het in het hier en nu beleeft. Ze worden deel van de geschiedenis en alles wat er gebeurt, overkomt hen ook. Lees je het boek opnieuw, dan beleef je het weer.’ Een schrijver die de kunst van het vertellen beheerst in een  grote zaal vol publiek met de mythologische naam Pandora. Blauwe spotlights weerspiegelen in de brillenglazen van het publiek en verder alles donker: Swift las ter afsluiting – duidelijk niet vrijwillig – maar op perfecte wijze de eerste bladzijden van zijn Moeders zondag voor. Geen chemie, mooi was het wel.


De kantoorroman

Arjan Peters in een kleinere zaal, Punt zes, met Paulien Cornelissen en de Duitse vertaler – van o.a. Het Bureau van Voskuil – Gerd Busse. Ook hier nieuwe literaire inzichten: heeft de kantoorroman de plaats van de streekroman ingenomen? Peters vraagt aan Cornelissen of louter het gegeven ‘kantoor’ een aanwijsbare invloed van Voskuil is. ‘Het is een aantrekkelijke fictiebiotoop’, volgens Cornelissen. ‘Vroeger zat je vast in je streek, in je buurt en had je de streekroman. Het is fijn te schrijven over een biotoop waar alles op elkaar zit. Neem toren C, The Office.’ Cornelissen las Voskuil toen ze twintig was, het was een eye opener voor haar. Ze hield niet van de boeken die op de leeslijst stonden, te saai en stom. Tot ze Het Bureau las. Het gesprek neemt geregeld een vrije vlucht, als Cornelissen het vragen stellen overneemt. Bevrijdend, soms hilarisch en Peters voedt het met opmerkingen als, ‘Nee, nee, ga je gang.’ Er komen dingen uit voort. Denk maar eens na over de vraag waarom Voskuil zijn alter ego Maarten, de achternaam ‘Koning’ gaf.

Gerd Busse kreeg in 1998 het eerste deel te leen van een vriend. Hij verbleef  in een vertalershuis in Amsterdam, las het in bed en was verslaafd. Hij moest dit vertalen en zocht naarstig naar een uitgever. Het duurde 13 jaar voor hij die vond. Nu wordt Voskuil in Duitsland gelezen als een filosofisch werk en achtten ze hem Nobelprijs waardig.
Cornelissen vertelt waarom Voskuil haar zo bevalt: ‘Alles klopt; wie en hoe degene is in het boek.’ Ze zegt gevoelig te zijn voor dingen die niet kloppen. Als een vrouw bijvoorbeeld over haar slipje spreekt, is Cornelissen er al klaar mee. ‘Maar wat is het dan?’, vraagt Peters. ‘Nou’, zegt Cornelissen, ‘de meeste vrouwen hebben het over onderbroek.’ Ah’, zegt Arjan, ‘leerzame avond’. Zelfs door het geroezemoes en de luide muziek van het bierfeest – dat door de glazen wanden heen dringt (hoe kan dat?) – op de achtergrond, kan dit interview niet stuk. Na afloop signeren, waarbij aangeschoven wordt. Ze vraagt of ik Sandra Koenders ken. Dat ik haar aan Sandra Koenders doe denken. Ik zeg er geen match mee te hebben. Ze lacht en dacht, nou ja.


Enthousiasme

Er is een gesprek met twee schrijfsters waarbij de interviewster zo oprecht enthousiast is dat ze de schrijfsters bijna het interview uitpraat. Ze springt erin (uit enthousiasme) als moet ze alles uit de doeken doen, niets vergeten. Waarbij ze (door haar enthousiasme) de auteurs vergeet te verwelkomen en praat de eerste minuten alleen maar over de inhoud van Gif, van Samanta Schweblin. Wanneer deze het woord krijgt, groet ze eerst de zaal: ‘Dit is mijn eerste interview in het Engels, wat moet ik zeggen…?‘ De interviewster is gewoon van zichzelf zo leuk (echt, ze is leuk) en enthousiast (je moet om haar lachen, ze graaft en ploegt zich door de materie), maar je hoort geen schrijvers, ze doen hun best maar vallen weg. Dan verder, naar de volgende ronde, en komt opnieuw in zaal Pandora.


Carson McCullem en Suzanne Vega

Daar zit Vrouwkje Tuinman in een van haar immer vrolijke jurken, en tegenover haar Suzanne Vega van Luka, waarnaar vroeger geluisterd werd als werd er een literaire romance voorgelezen: My name is Luka//I live on the second floor / I live upstairs from you / Yes I think you’ve seen me before.
Vega’s uiterlijk doet beseffen dat je zelf ook niet meer de jongste bent. Tuinman is goed in een gesprek voeren en Vega een sympathieke partner daarin. De verbindende factor is schrijfster Carson McCullers (1917-1967). Vega, die sinds haar tienerjaren door haar gegrepen werd,  schreef een muzikale eenakter over McCullem waarin ze zelf de hoofdrol vertolkte. De liedjes daaruit zijn uitgebracht op cd: Lover, Beloved. Ze zong het nummer Harper Lee (haar stem, haar stem!, maar er was iets met de geluidsinstallatie waardoor er teveel geslist en ge-tsstt werd) en speelde dat ze McCullem was, nam een sigaret in haar rechterhand. Je wilde blijven maar er was een laatste trein te halen naar het oosten.


De laatste dag
’s Middags in ‘tHoogt voor I’m not your Negro, je wist waar je naar ging kijken, toen je keek wist je niet wat je zag. James Baldwin die steeds weer de vinger legde op de plek waar het schuurde, nog steeds schuurt. Een film die niet gemist mag worden. ’s Avonds in Cloud Nine –  die roltrap naar de maan en de open smalle trappen – zes genomineerden voor het C.C. Crone stipendium. Drie wonnen er waaronder Gerda Blees, die een belofte wordt genoemd om haar verhalenbundel en nu voor een dichtbundel het stipendium kreeg. Een Utrecht-stads gebeuren. Met wethouder en Nacht van poëzie initieerder. Het was feestelijk en Michael Stoker interviewde de een na de andere genomineerde alsof hij ze in de wandelgangen tegenkwam, een hart onder riem stekend, bewondering uitsprekend, prikkelend en bemoedigend.

 

Klein en groot podium
Theo Hakkert in gesprek met Marja Pruis en Nelleke Noordervliet waar een handvol publiek op afkomt, alsof het niet in het programmaboekje vermeld stond. De schrijfsters, de interviewer en het gesprek verdienden een volle zaal. Hakkert stelde vragen  over de wanhoop van de schrijver als er een oordeel wordt geveld over het gepubliceerde boek. En hoe een boek verdwijnt als het af is. En waar een biografie goed voor is.

Weer later Abdel Kader Benali en de Georgische schrijfster (wonend in Duitsland) Nino Haratischwili over haar 1300 pagina’s tellende boek Het achtste leven. Er werd niet veel losgemaakt over de drijfveren van de schrijfster, het kabbelde op een podium te groot voor twee, de ruimte donker en gesloten (waar is de uitgang?). Het werd niet boeiender dan dat Benali haar ondervroeg over de verschillende personages waarbij het gesproken Engels niet vanzelf ging. Aan het einde van het gesprek werd het lichtelijk precair, alsof de interviewer er het hele gesprek op gewacht had deze vraag te mogen stellen: ‘Je hebt een kind bij je toch?’ ‘Ja,’ zei de schrijfster. ‘Hoe oud is ze?’ ‘Vier maanden.’ ‘Och,’ zei Benali en je zag hem zichzelf inhouden. Hoe hij niet zei: ‘Ik heb ook een dochtertje.’ Je zag het geluk van hem afbarsten maar hij glimlachte, zwijgend en wetende. Geluk is een hardnekkige rivaal.

Toen moesten The Joni Mitchell Stories nog komen, met Mathilde Santing, Ingmar Heytze, Jordi Lammers en Nelleke Noordervliet. Daar was ook naar uitgezien, maar ach, die laatste treinen in de nacht, die wachtten niet. Zo kwam er een (onvoltooid) einde aan een veelomvattend festival in Utrecht, Stad van de Literatuur.

 

 

Foto’s: Michael Kooren
Foto Graham Swift: Liliane Waanders

 

 

 

Filter Vertaalprijs 2017 voor Robbert-Jan Henkes – Russische kindergedichten

Robbert-Jan Henkes heeft de Filter Vertaalprijs 2017 gewonnen met Bij mij op de maan. Een keuze uit de Russische kindergedichten vanaf de zeventiende eeuw (Van Oorschot, 2016). Dat is vanavond bekendgemaakt op het International Literature Festival Utrecht (ILFU). Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden.

De jury noemde de vertaling ‘Annie M.G. Schmidt 2.0′: een dollemansrit van speelse taal en krankzinnige logica.’  De jury koos de vertaling om de rol van de literair vertaler die in ‘al haar facetten voor het voetlicht wordt gebracht: de vertaler als virtuoze taalkunstenaar, als gedreven deskundige, als initiatiefrijke bemiddelaar, die met zijn werk een rijk spectrum aan lezers aanspreekt en de Nederlandse literatuur met een uniek meesterwerk verrijkt.’

 
Bij mij op de maan is het resultaat van een kwart eeuw geduldig en liefdevol verzamelen en vertalen. Deze bloemlezing biedt het beste uit de Russische kinderliteratuur, van zeventiende-eeuwse wiegeliedjes en aftelversjes tot aan het openingsliedje van het kinderprogramma op het eerste Russische kanaal, Welterusten, kinderen. Poesjkin is uiteraard aanwezig, maar Nederland krijgt ook 82 pagina’s poëzie van Tsjoekovski cadeau. De gedichten zijn altijd speels, vol van taalkundig vernuft en dwingend van rijm en van ritme. En hoewel deze nominaal voor kinderen zijn bedoeld, zijn ze evenzeer verslavend voor volwassen lezers.

Robbert-Jan Henkes (1962) werkt vanaf 1982 samen met Erik Bindervoet. Samen schreven zij vier romans, een muziekvoorstelling voor kinderen (De Mannen van Minsk) en vertaalden zij onder andere de complete liedteksten van The Beatles en van Bob Dylan, toneelstukken van Shakespeare, het Eerste Wereldoorlogdrama De laatste dagen der mensheid van Karl Kraus en het volledige werk van James Joyce, te beginnen met Finnegans Wake in 2002 en eind 2017 eindigend met gedichten, essays en het toneelstuk Exiles. Voor Oxford University Press zijn zij bezig (in samenwerking met Finn Fordham) aan een kritische, gecorrigeerde editie van Finnegans Wake, waarover Henkes publiceert in de European Joyce Studies en de online Genetic Joyce Studies. Solo vertaalde hij onder andere werk van Andrej Tarkovski en Samuel Pepys en de meneer Gum-cyclus van Andy Stanton. Zijn eerste kinderdichtbundel, Jij met mij, kwam in 2017 uit als Querido poëzieprentenboek, geïllustreerd door Marga van den Heuvel.

Het prijzengeld van de Filter Vertaalprijs wordt ter beschikking gesteld door tien vooraanstaande uitgeverijen: De Arbeiderspers, Athenaeum, De Bezige Bij, Historische Uitgeverij, Lebowski, Meulenhoff, Podium, Van Oorschot, Vantilt en Wereldbibliotheek. Zij willen, samen met een anonieme begunstiger, op deze manier bijdragen aan een grotere maatschappelijke waardering voor uitzonderlijke vertaalprestaties zoals die sinds 2007 jaarlijks door Filter onder de aandacht worden gebracht.
Overige genomineerden:
Peter Kaaij voor Groene Heinrich van Gottfried Keller (Athenaeum – Polak & Van Gennep,
Kees Mercks voor Het labyrint van de wereld en het paradijs van het hart van Jan Amos Comenius (Uitgeverij Vantilt/Comenius Leergangen,
Liesbeth van Nes voor Roemruchte daden en opvattingen van doctor Faustroll, patafysicus van Alfred Jarry (Bananafish)Leen Van Den Broucke en Iannis Goerlandt voor Korte gesprekken met afgrijselijke mannen van David Foster Wallace (Meulenhoff)
Foto: Michael Kooren

Alfred Birney wint Libris Literatuurprijs en springt gat in de lucht

Arjan Peters voorspelde afgelopen zaterdag in Sir Edmund wie de Libris Literatuurprijs zou winnen; Alfred Birney met De tolk van Java. En zijn voorspelling kwam uit. Was dit te verwachten? Ja, het kon niet anders dan dat deze toch wel onopvallende schrijver, die eerder dertien boeken publiceerde voor hij eindelijk zijn boek der boeken schreef, eens opgemerkt zou worden. Nadat Adriaan van Dis het boek had gelezen, prees hij het als een meesterwerk: ‘Léés dat bloody book.’

Birney behoort tot de ‘Tweede Generatie’ Indische schrijvers met onder meer Adriaan van Dis en Marion Bloem. In De tolk van Java beschrijft hij de bloedige strijd in Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949 vanuit het perspectief van zijn vader; een wrede en psychisch gestoorde man waar hij als kind doodsbang voor was. Volgens de jury doet hij dat in een ‘meeslepende documentaire stijl’. En juryvoorzitter Janine van den Ende zei over het winnende boek: “Een boek waarin je je als lezer door de sublieme stijl bijna medeplichtig voelt aan de beschreven wreedheden en tegelijk ook de kracht ervaart om te willen overleven”.

Birney dankte het Letterenfonds ‘dat me in staat stelde om deze nogal zware klus te klaren.’ Waarna hij zich tot de aanwezigen richtte: “U kunt er zeker van zijn dat ik morgen naar het strand zal gaan en daar, in de vloedlijn, een gat in de lucht zal springen.”

In zijn schrijven heeft Birney altijd gepleit voor een multiculturele samenleving. Over die multiculturele samenleving schreef hij jarenlang columns in de Haagsche Courant. In 1998 veroorzaakte hij enige ophef met de bloemlezing Oost-Indische inkt. 400 jaar Indië in de Nederlandse letteren.

Overige genomineerden waren Arnon Grunberg (Moedervlekken), Walter van den Berg (Schuld), Marja Pruis (Zachte riten) en de Vlamingen Jeroen Olyslaegers (Wil) en Lize Spit (Het smelt). Olyslaegers en Spit maken dit weekend overigens nog kans op de Fintro Literatuurprijs waarvoor ze beiden genomineerd zijn.

Samen met de AKO Literatuurprijs en de Fintro Literatuurprijs behoort de Libris Literatuur Prijs tot de belangrijkste literaire onderscheidingen in het Nederlandse taalgebied. Aan de onderscheiding is 65.000 euro verbonden. De zes auteurs op de shortlist krijgen ieder 2.500 euro. De winnaar krijgt daarbij nog eens 50.000 euro.

Lees hier de recensie van De tolk van Java die Literair Nederland plaatste.

Foto ANP

Recensenten gezocht!

Ben je een lezer en heb je een mening? Durf je het aan om die mening kenbaar te maken? We zoeken nieuwe proza-recensenten (literatuur en/of fictie).

Wat we van je vragen:
Sterke affiniteit met literatuur.
Enige schrijfervaring.
De bereidheid om gemiddeld eens in de twee maanden een boek te recenseren.

Naast recenseren is er ook ruimte voor:
Het interviewen van schrijvers en vertalers.
Het schrijven van columns.
Het ontwikkelen van eventuele eigen initiatieven.
Verslaglegging van literaire events.

Wat staat er tegenover:
Publicatie van je recensies en/of andere bijdragen.
Redactionele, persoonlijke begeleiding.
Gratis recensie exemplaren.
Helaas geen betaling, maar wel eenmaal per jaar een inspirerende borrel met de andere recensenten en de redactie.

Hebt je belangstelling om te recenseren en ben je literatuurliefhebber en/of -kenner, stuur dan een mail met je motivatie naar redactie@literairnederland.nl. Nog beter: stuur meteen een proefrecensie mee!

Schrijftalenten opgelet: Write Now!

De belangrijkste schrijfwedstrijd voor Nederlandse en Vlaamse jongeren is gaande. Tot 1 april kun je nog meedoen. Dus, schrijf nu dat verhaal, die column, een gedicht, scenario, een songtekst of een essay. Alles kan bij Write Now!; schrijf het gewoon.

Iedereen vanaf 15 tot 24 jaar kan mee doen.

Tijdens de regionale prijsuitreikingen maakt de juryvoorzitter bekend wie de eerste prijs in de wacht sleept en doorgaat naar de finale in Rotterdam, en wie als tweede en derde prijswinnaars naar huis gaan met een schat aan boekenbonnen. De hoofdprijs van de finale van Write Now! 2017 bestaat uit een MacBook, een schrijfopleiding bij Creatief Schrijven of de Schrijversacademie, een columnreeks voor Trouw en een optredens bij Geen Daden Maar Woorden Festival en Tilt.

Winnaars van Write Now! worden vaak opgemerkt door uitgeverijen. Bekende auteurs die hun carrière begonnen via Write Now! zijn onder meer Lize Spit, Niña Weijers, Maartje Wortel en Jaap Robben. Treed jij in hun voetsporen?

Stuur jouw inzending vóór 1 april in via www.writenow.nu.