Kazuo Ishiguro volgt Bob Dylan op als laureaat Nobelprijs voor Literatuur

Hij speelt gitaar en hij schrijft liedjes, dus: ‘Roll over Bob Dylan’. Dat zei Salman Rushdie eerder vandaag toen hij zich blij en verheugd toonde over de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur aan zijn goede vriend Kazuo Ishiguro. Hij zei nog meer, maar deze misschien voor meer maar eigenlijk maar voor één uitleg vatbare verwijzing naar de vorige laureaat viel op. Want de uitverkiezing van Dylan vorig jaar viel niet overal in goede aarde, en de wijze waarop de singer/songwriter omging met de literaire eer die hem bewezen werd al helemaal niet.
De Nobelprijs voor Literatuur was na vorig jaar toe aan een onomstreden laureaat, en kreeg die in de Brits-Japanse schrijver Kazuo Ishiguro. Ishiguro, bij het grote publiek vooral bekend door The Remains of the Day – al zullen veel mensen die genoten van de film niet weten dat hij de schrijver van de verfilmde roman is – gold niet als favoriet. Hij stond zelfs niet op de lijstjes van de bookmakers.

Tot het moment waarop Kazuo Ishiguro (1954) zijn prijs krijgt, is het Nobelprijscomité uiterst terughoudend in het onderbouwen van zijn keuze. In de persverklaring die onmiddellijk na de bekendmaking van de toekenning naar buiten werd gebracht staat alleen dat de Nobelprijs voor Literatuur is toegekend aan Ishiguro, ‘who, in novels of great emotional force, has uncovered the abyss beneath our illusory sense of connection with the world’.
Gebruikelijk is wel dat Sara Danius, secretaris van de Svenska Akademien, mondeling terugkomt op de uitverkiezing. Ten overstaan van de aanwezige journalisten typeerde zij het werk van de laureaat: I would say: if you mix Jane Austen and Franz Kafka, then you have Kazuo Ishiguro in a nutshell. But we have to add a little bit of Marcel Proust into the mix and then you stir but not too much and then you have his writings (…)’. Waarna ze inging op het belang van de laureaat en zijn werk: ‘He’s a writer of great integrity. He doesn’t look to the side, he’s developed an aesthetic universe all his own.’

Het oeuvre van Kazuo Ishiguro is niet uitzonderlijk omvangrijk. Hij schreef acht romans, en daarnaast korte verhalen en filmscripts. Zijn werk is nauwelijks onder een noemer te vangen. Schurkte hij in The Remains of the Day (1989) aan tegen het historische, zijn meest recente roman The Buried Giant (2015) is fantasy. Als er al een constante is, dan zijn dat zijn personages die hij geen moment rust gunt. Zij moeten voortdurend iets, zijn fysiek en mentaal altijd in beweging.

Ishiguro zelf heeft inmiddels laten weten uitzonderlijk vereerd te zijn met de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur, vooral omdat hij met deze prijs in de voetsporen treedt van schrijvers die hij tot de groten rekent. In een breder perspectief hoopt de schrijver dat de Nobelprijzen in de onzekere omstandigheden waarin de wereld verkeert een positieve doorbraak kunnen forceren. I’ll be deeply moved if I could in some way be part of some sort of climate this year in contributing to some sort of positive atmosphere at a very uncertain time.’

 

35ste Nacht van de Poëzie als immer zonder wanklank

Dichtbundels verkopen moeizaam, maar bijna tweeduizend bezoekers laten zich tot diep in de nacht met graagte inpakken. Ademloos luisterend naar wat er geboden wordt. Deze 35ste Nacht van de Poëzie begint met de vraag: ‘Wat is het geheim van de Nacht van de Poëzie?’, gesteld door Nacht-presentator Piet Piryns. Waarop hij met een antwoord komt van Guus Middag: namelijk dat de oorzaak bijvoorbeeld gezocht zou kunnen worden in de ontkerkelijking. Mensen gaan niet meer wekelijks, maar eenmaal per jaar naar de kerk en dat is tijdens de Nacht van de Poëzie, dan wordt de hoogmis van het woord gevierd. De bezoekers zijn de gelovigen. Trouw en toegewijd zijn ze voor hun bedevaart naar Utrecht gestroomd en ook ditmaal kregen ze waarvoor ze gekomen waren.

Vragen horen bij poëzie, zoals de dag bij de nacht. Op de vraag wat poëzie nu eigenlijk is antwoordde Gerrit Komrij ooit: “alle goeie gedichten bij elkaar”. Dat is zo’n goed antwoord, omdat je er alle kanten mee uit kunt, precies zoals de bij voorkeur ongrijpbare Komrij het ’t liefste had. Maar het is ook daarom een goed antwoord, omdat het onderdak biedt aan alle varianten. “Kost en inwoning”, zoals een andere definitie luidt. En zo was ook deze Nacht van de Poëzie in Vredenburg/Tivoli te Utrecht: onderdak voor alle varianten, een huis met vele kamers, om in Bijbelse termen te blijven.

De bezoekers zagen en hoorden een lyrische maatschappijcriticus die in zijn gedichten het vermalen van haantjes verwierp, een onwillige diva die alles deed om het publiek niet te behagen en desondanks uitbundig werd toegejuicht, een dichteres van wie de krachtige performance omgekeerd evenredig was aan de begrijpelijkheid van haar poëzie en die tóch als eerste open doekjes oogstte: meerdere zelfs. Geen dichter die op de andere leek – en het past allemaal. Naadloos.

Is dat misschien een kritische opmerking waard? Dat het te blij, opgewekt, lievig en welwillend is allemaal? Niemand die werd uitgejouwd, geen performer die verontwaardigd staakte. Het zegt ook iets over verontwaardiging als zodanig, wellicht. Een avondje zónder is een verademing. Dus genoot het publiek – ook in dit opzicht – met volle teugen. Dichteres Antjie Krog leek in haar optreden zelf verontwaardigd, bijna giftig. De frêle Zuid-Afrikaanse maakte een verpletterende indruk.

 

De entre acts, vanouds befaamd om de onweerstaanbare mix van kwaliteit en variatie, hadden ook ditmaal hun heilzame en opschuddende effect. Brigitte Kaandorp haalde meteen aan het begin van de avond de geest uit de fles en zette op haar onnavolgbare wijze de zaal op stelten. Lucas en Arthur Jussen namen het publiek tot grote hoogten mee op hun vleugels. Karsu, Amsterdamse pianiste van Turkse afkomst, bespeelde in meerdere opzichten een verbluffend gevarieerd register, van breekbaar tot verwoestend. De Amerikaanse zanger Glen Hansard getuigde van zijn muzikale schatplichtigheid aan Woody Guthrie die 50 jaar geleden overleed, maar in het betreffende lied was het de Trump anno nu die het moest ontgelden. De zaal klapte en juichte.

Het motto van de avond was ‘drijf een wig in de nacht en luister’ maar dat kan geen thema heten. Voor wie een beetje oplette was het thema er wel: familiebanden, al dan niet knellend. Poëtisch passeerden moeders, vaders, broers, zussen, zonen, dochters. Alsof het afgesproken werk was, bijna geen dichter die eraan voorbij ging. In ruimere context bezien was dat ook wat de avond weer uniek en onvergetelijk maakte: de verbinding tussen performer en publiek met woorden en muziek. Er ontstaat een geheel dat meer is dan de som der delen. Magisch, ontastbaar, wezenlijk en reëel.

Ingmar Heytze behoorde ditmaal niet tot de optredende dichters, maar een gedicht van hem in de hal van het theater verwoordt het aldus:

[…] vier zalen komen tot leven rond de as,
achthoekig, pluche en hout. Luister,

kijk, drink alles in. Wat krijgt de wereld
beter aan het draaien dan muziek?   

Kom verder, nergens ben je dichterbij.
Vanavond spelen we alleen voor jou.

Gelovig of niet, daaraan kan geen bedevaartganger weerstand bieden.

 

Foto boven: Dimitri Verhulst
Foto midden:Karsu
Foto onder: Lucas en Arthur Jussen

Foto’s: Marieke van Delft

 

 

Een week lang feest

Spui25, genoemd naar het pand bij de Amsterdamse boekenmarkt en het Maagdenhuis waarin het academisch-culturele podium is gehuisvest, bestaat tien jaar. Dat wordt een week lang met allerlei activiteiten gevierd.
De aftrap was vrijdag 15 september met een opfriscursus over het werk van Jeanette Winterson en de start van het nieuwe seizoen met de Spui25-lezing door Winterson zelf, een paar deuren verder in de Aula van de Lutherse Kerk. De afsluiting is 22 september met een overigens al volgeboekt gesprek tussen Orhan Pamuk en Abdelkader Benali. De opfriscursus werd gemodereerd door Fiep van Bodegom, bekend van onder meer De Gids en De Groene Amsterdammer. Moderator van de lezing was Simone van Saarloos. Omdat de Nederlandse vertaling van de volledige lezing van Winterson de komende week in De Groene zal worden gepubliceerd, worden hier wat thema’s aangestipt die zowel in de opfriscursus als in de lezing aan bod kwamen.

Verhalen vertellen
De eerste spreker tijdens het middagprogramma, Maarten Polman, die zes boeken van Winterson vertaalde, begon zijn inleiding aan de hand van Wintersons Vuurtorenwachter (2004) met het schetsen van de thema’s in haar werk. Een daarvan, verhalen vertellen, is in genoemde roman nadrukkelijk aanwezig omdat de vuurtorenwachter leefde bij het vertellen van verhalen.
Winterson kwam hier ook mee toen zij zich in haar lezing afvroeg wat het is om mens te zijn. De mens, zei ze, ontwikkelde kunst, de taal en vertelde de ander verhalen bij het haardvuur. Het is een vorm van creativiteit die je met alle robotisering om ons heen niet kunt kopiëren. Het verbindt ons met het verleden, waardoor we nog steeds in gesprek kunnen zijn met een dode schrijver als Shakespeare, haar held, wiens The Winter’s Tale ze bewerkte tot Het gat in de tijd (2015).

Kunst
Kunst is volgens Winterson een plaats om in te leven, virtual reality. Maar wat op het toneel gebeurt, is echt, is waar. Winterson geeft niets om experience, een belevenis, maar om intensiteit.
Joyce Goggin, de tweede inleider van de middag en universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam, benoemde het op een soortgelijke manier: in het werk van Winterson zit vaak een open plek, een ruimte tussen binaire opposities als man-vrouw, zwart-wit, binnen-buiten. Hierin kan, stelde zij met de filosoof Hans Gadamer, betekenis worden gecreëerd. De plaats die Winterson benoemde, de lege plek waar Goggin het over had, is een vrijplaats waar je volgens Winterson voor moet vechten.

Verbinding
Fiep van Bodegom vroeg in het tafelgesprek en het gesprek met de zaal dat bij Spui25 altijd volgt op een of meerdere inleidingen, hoe de inleiders zich tot het werk van Winterson aangetrokken voelden. Goggin antwoordde het gevoel te hebben dat ‘ze in mijn hoofd kijkt, altijd bij me is.’ Polman kroop als vertaler in haar boeken en zo kwam zij bij hem binnen.
Winterson begon haar lezing, nadat Lou Reeds Perfect day was gedraaid, over pure vreugde, zowel cognitief als fysiek (ook hier was de oppositie opgeheven), die je kunt ervaren in muziek, in een kus op de brug, in lezen. Er vindt een verbinding plaats met jezelf, het is leven meer dan in louter biologische zin en van haar zou je het tot op zekere hoogte religieus mogen noemen.

Ontwikkeling
Een interessante vraag tijdens het middagprogramma kwam uit de zaal, van biograaf, publicist en begeleider van promovendi Maaike Meijer. Zij vroeg zich af of er een ontwikkeling kan worden geconstateerd in het werk van Winterson. Polman stelde dat de vondeling die Winterson is, inmiddels haar biologische moeder heeft ontmoet, zodat dit thema (het zoeken naar identiteit) volgens hem is afgesloten. Hij vroeg zich in alle eerlijkheid af hoe het nu verder moet. Goggin zag de ontwikkeling vooral in de veelzijdigheid van Wintersons oeuvre: romans, brievenromans, essays, science fiction. De conclusie was dat ze elke keer weer verrast met een boek op hoog niveau.
De schrijfster zelf kwam aan het eind van haar met plezier gebrachte lezing voor een grotendeels uit vrouwen bestaand publiek in wezen ook met een antwoord, in de woorden van Miranda uit Shakespeares The Tempest:

Oh wonder!
How many goodly creatures are there here!
How beauteous mankind is! O brave new world,
That has such people in it!

In het interview met Van Saarloos zei Winterson voorts nog dat je niet kunt verwachten dat de wereld verandert, als je zelf niet kunt veranderen. Er klonk iets van de radicaliteit in door die Polman al had aangegeven. Zo kennen we haar en zo is het goed.

 

foto: Yve du Bois

 

 

Frank Westerman wint twee belangrijke prijzen

In 2016 werd Een woord een woord genomineerd voor de ECI-literatuurprijs en voor de Librisprijs. De nominaties leverden hem geen prijs op maar dit jaar kwam het er dan van: met zijn boek Een woord een woord werd Frank Westerman (1964) in de afgelopen dagen twee maal gelauwerd. Hij won de M.J. Brusseprijs voor het beste journalistieke boek en de VPRO Bob den Uylprijs voor het beste Nederlandstalige reisboek uit het afgelopen jaar. Aan de prijzen zijn respectievelijk 10.000 en 7.500 euro verbonden.

Westerman was als scholier getuige van de Molukse gijzelingsacties in de jaren 70, versloeg als correspondent de oorlog in Bosnië en terreuraanslagen van Tsjetsjenen in Rusland. In Een woord een woord onderzoekt Westerman wat het antwoord op terreur moet zijn. Voor de Brusseprijs was een record aantal inzendingen van 182, waarvan vijf boeken werden genomineerd.

De jury van de Bob den Uylprijs, onder leiding van Frits van Exter koos het boek omdat: ‘Het is een stoutmoedige onderneming, waarbij journalist en mens elkaar goed aanvullen. Het verhaal biedt misschien geen makkelijke conclusies, maar voegt iets wezenlijks toe aan het debat.’ Van Exter maakte de winnaar bekend in het programma Met het oog op morgen op Radio 1.

Voor de M.J. Brusseprijs waren naast Westerman de volgende titels genomineerd: Heineken na Freddy – Stefan Vermeulen, Juliana – Jolande Withuis, 1936 – wij gingen naar BerlijnAuke Kok en Fout in de Koude Oorlog – Martin Bossenbroek.

Vorig jaar won Marcia Luyten met Het geluk van Limburg.

Zondagmiddag ontving Westerman in de Amsterdamse Hortus de Bob den Uylprijs. Juryvoorzitter en VPRO-directeur Lennart van der Meulen:

“In een tijd waarin woorden besmet zijn geraakt, waarin feiten worden betwist en leugens regeren koos de jury voor een boek dat de vraag centraal stelt of het woord een wapen kan zijn in de strijd tegen geweld. Meer dan ooit is er behoefte aan schrijvers die op zoek gaan naar de verhalen achter de propaganda, de oneliners van Twitter en de gehackte sociale media. Schrijvers en journalisten zijn wapenbroeders in de strijd tegen leugen en bedrog.”

Een woord een woord gaat over een reeks spraakmakende gijzeldrama’s en begint met de Molukse acties in de jaren zeventig bij De Punt. Westerman maakt zichtbaar hoe smal de demarcatielijn is tussen activisme en terreur. En dat elke tijd gekenmerkt wordt door geweld en excessen en hoe de stap naar radicalisering ontstaan kan. Een journalistieke reportage met persoonlijke bespiegelingen en historisch onderzoek, dat een zeer bijzonder boek oplevert.

 

Overige genomineerde titels voor de Bob den Uylprijs waren: Winter-IJsland – Laura Broekhuysen, De gloed van Sint-Petersburg. Wandelingen door heden en verleden – Jan Brokken, Bonbons voor mevrouw Assad. Achter de linies van het Syrische regime – Robert Dulmers , Op reis met mijn vader (die dood is) – Maarten van Riel – en Atjeh. Het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis – Anton Stolwijk.

 

Zondag 18 juni is Frank Westerman te gast in VPRO Boeken.

De chemie tussen interviewer en schrijver en een festival

Het speelde zich voor een deel af in de Cloud van TivoliVredenburg. Te bereiken met een roltrap zoals je je die ooit voorstelde bij het liedje Roltrap naar de maan van Klein Orkest. Het laatste stuk te voet, traptreden beklimmend met aan een kant een gapende diepte (je zult maar hoogtevrees hebben). Hét literatuurfestival van Utrecht, waar vertalers bevraagd worden naar het hoe en waarom van hun vertaling. Of hoe iemand erbij komt een Nederlands boek in het Catalaans of Estlands te vertalen, zoals Herman Kochs Het diner. Een festival waar schrijvers gevraagd worden naar het hoe en waarom door interviewers die zelf schrijven en/of recensent zijn. Waar films worden vertoond in Filmhuis ’t Hoogt; documentaires over de levens van literaire helden als Konstatin Paustovski en James Baldwin, de schrijver van Go Tell it on the Mountain die in I’m not your Negro, op indringende wijze tot leven word gebracht. Waar literaire prijzen worden  uitgereikt, songteksten gekoppeld aan literair werk maar bovenal waar gesproken wordt over boeken en hun schrijvers die – buiten de Nederlandse schrijvers – werden ingevlogen vanuit Engeland, China, Duitsland, Noorwegen en Zweden.

 

Literaire groupies
Het was de tweede editie van het Internationale Literatuur Festival Utrecht (ILFU). De accommodatie beviel – buiten een enkel zaaltje – niet zo goed als de accommodaties in voorgaande jaren. Daarbij denkend aan de jaren toen het festival nog Ciy2Cities heette en het literaire volk door de straten van locatie naar locatie trok op de hielen gezeten door literaire groupies en leesclubfans. Dat was nog eens wat. De onverwachte ontmoetingen, het rouleren van publiek en schrijvers bleef nu merendeels achterwege. Bezoekers bleven in de stille ruimtes tussen twee zalen (of verdiepingen) hangen of verloor zich in de klanken van een bierfeest – dat niets van doen had met dat waar we voor gekomen waren – en waar je je snel doorheen baande op zoek naar de chemie van het festival.

 

Er was naar uitgekeken. Hans Bouman die de tweede avond inluidde met een interview met de Engelse schrijver Graham Swift. Een bedachtzaam man die met sonore stem zijn verhaal vertelt, zijn denkwijze. Over Moeders zondag, Mothering Sunday dat het in Engeland van oorsprong een christelijke feestdag was waarop gelovigen terugkeerden naar hun ‘moederkerk’, in de streek waar ze vandaan kwamen. En wat een schrijver zou willen met zijn boeken, over de ontmoeting met de lezer. Swift zegt dat het leven voor iedereen verwarrend is. Hij zegt zich net zo te voelen als zijn lezers, en het lijkt hem goed die verwarring te delen: ‘Auteur; betekent autoriteit. Ik wil geen autoriteit hebben over mijn lezer. Ik zit in hetzelfde schuitje als zij, in dezelfde zee van verwarring. Verhalen vertellen is een soort van navigeren door die zee van verwarring. Waarbij hij uitkomt op het begrip vertrouwen: Áls ik enige autoriteit als schrijver bezit, is dat op het gebied van vertrouwen.

Swift kreeg alle ruimte waarin hij bedachtzaam zijn relatie van schrijver met lezers en zijn uitgangspunt als schrijver uiteen zette; niet weerhouden door enige beschroomdheid. De vraag naar het begrip ‘vertrouwen in relatie tot zijn autoriteit als schrijver’ was interessant geweest. Wat kwam was de retorische vraag: U schrijft geen contemporary literatuur? ‘Te journalistisch’, pareerde Swift de vraag. En: ‘Er is geen roman die volledig hedendaags is omdat tijd voorbij gaat: wat je nu schrijft behoort alweer tot het verleden. De reden waarom mensen lezen is dat je het gevoel hebt dat – in welke tijd het ook speelt – je het in het hier en nu beleeft. Ze worden deel van de geschiedenis en alles wat er gebeurt, overkomt hen ook. Lees je het boek opnieuw, dan beleef je het weer.’ Een schrijver die de kunst van het vertellen beheerst in een  grote zaal vol publiek met de mythologische naam Pandora. Blauwe spotlights weerspiegelen in de brillenglazen van het publiek en verder alles donker: Swift las ter afsluiting – duidelijk niet vrijwillig – maar op perfecte wijze de eerste bladzijden van zijn Moeders zondag voor. Geen chemie, mooi was het wel.


De kantoorroman

Arjan Peters in een kleinere zaal, Punt zes, met Paulien Cornelissen en de Duitse vertaler – van o.a. Het Bureau van Voskuil – Gerd Busse. Ook hier nieuwe literaire inzichten: heeft de kantoorroman de plaats van de streekroman ingenomen? Peters vraagt aan Cornelissen of louter het gegeven ‘kantoor’ een aanwijsbare invloed van Voskuil is. ‘Het is een aantrekkelijke fictiebiotoop’, volgens Cornelissen. ‘Vroeger zat je vast in je streek, in je buurt en had je de streekroman. Het is fijn te schrijven over een biotoop waar alles op elkaar zit. Neem toren C, The Office.’ Cornelissen las Voskuil toen ze twintig was, het was een eye opener voor haar. Ze hield niet van de boeken die op de leeslijst stonden, te saai en stom. Tot ze Het Bureau las. Het gesprek neemt geregeld een vrije vlucht, als Cornelissen het vragen stellen overneemt. Bevrijdend, soms hilarisch en Peters voedt het met opmerkingen als, ‘Nee, nee, ga je gang.’ Er komen dingen uit voort. Denk maar eens na over de vraag waarom Voskuil zijn alter ego Maarten, de achternaam ‘Koning’ gaf.

Gerd Busse kreeg in 1998 het eerste deel te leen van een vriend. Hij verbleef  in een vertalershuis in Amsterdam, las het in bed en was verslaafd. Hij moest dit vertalen en zocht naarstig naar een uitgever. Het duurde 13 jaar voor hij die vond. Nu wordt Voskuil in Duitsland gelezen als een filosofisch werk en achtten ze hem Nobelprijs waardig.
Cornelissen vertelt waarom Voskuil haar zo bevalt: ‘Alles klopt; wie en hoe degene is in het boek.’ Ze zegt gevoelig te zijn voor dingen die niet kloppen. Als een vrouw bijvoorbeeld over haar slipje spreekt, is Cornelissen er al klaar mee. ‘Maar wat is het dan?’, vraagt Peters. ‘Nou’, zegt Cornelissen, ‘de meeste vrouwen hebben het over onderbroek.’ Ah’, zegt Arjan, ‘leerzame avond’. Zelfs door het geroezemoes en de luide muziek van het bierfeest – dat door de glazen wanden heen dringt (hoe kan dat?) – op de achtergrond, kan dit interview niet stuk. Na afloop signeren, waarbij aangeschoven wordt. Ze vraagt of ik Sandra Koenders ken. Dat ik haar aan Sandra Koenders doe denken. Ik zeg er geen match mee te hebben. Ze lacht en dacht, nou ja.


Enthousiasme

Er is een gesprek met twee schrijfsters waarbij de interviewster zo oprecht enthousiast is dat ze de schrijfsters bijna het interview uitpraat. Ze springt erin (uit enthousiasme) als moet ze alles uit de doeken doen, niets vergeten. Waarbij ze (door haar enthousiasme) de auteurs vergeet te verwelkomen en praat de eerste minuten alleen maar over de inhoud van Gif, van Samanta Schweblin. Wanneer deze het woord krijgt, groet ze eerst de zaal: ‘Dit is mijn eerste interview in het Engels, wat moet ik zeggen…?‘ De interviewster is gewoon van zichzelf zo leuk (echt, ze is leuk) en enthousiast (je moet om haar lachen, ze graaft en ploegt zich door de materie), maar je hoort geen schrijvers, ze doen hun best maar vallen weg. Dan verder, naar de volgende ronde, en komt opnieuw in zaal Pandora.


Carson McCullem en Suzanne Vega

Daar zit Vrouwkje Tuinman in een van haar immer vrolijke jurken, en tegenover haar Suzanne Vega van Luka, waarnaar vroeger geluisterd werd als werd er een literaire romance voorgelezen: My name is Luka//I live on the second floor / I live upstairs from you / Yes I think you’ve seen me before.
Vega’s uiterlijk doet beseffen dat je zelf ook niet meer de jongste bent. Tuinman is goed in een gesprek voeren en Vega een sympathieke partner daarin. De verbindende factor is schrijfster Carson McCullers (1917-1967). Vega, die sinds haar tienerjaren door haar gegrepen werd,  schreef een muzikale eenakter over McCullem waarin ze zelf de hoofdrol vertolkte. De liedjes daaruit zijn uitgebracht op cd: Lover, Beloved. Ze zong het nummer Harper Lee (haar stem, haar stem!, maar er was iets met de geluidsinstallatie waardoor er teveel geslist en ge-tsstt werd) en speelde dat ze McCullem was, nam een sigaret in haar rechterhand. Je wilde blijven maar er was een laatste trein te halen naar het oosten.


De laatste dag
’s Middags in ‘tHoogt voor I’m not your Negro, je wist waar je naar ging kijken, toen je keek wist je niet wat je zag. James Baldwin die steeds weer de vinger legde op de plek waar het schuurde, nog steeds schuurt. Een film die niet gemist mag worden. ’s Avonds in Cloud Nine –  die roltrap naar de maan en de open smalle trappen – zes genomineerden voor het C.C. Crone stipendium. Drie wonnen er waaronder Gerda Blees, die een belofte wordt genoemd om haar verhalenbundel en nu voor een dichtbundel het stipendium kreeg. Een Utrecht-stads gebeuren. Met wethouder en Nacht van poëzie initieerder. Het was feestelijk en Michael Stoker interviewde de een na de andere genomineerde alsof hij ze in de wandelgangen tegenkwam, een hart onder riem stekend, bewondering uitsprekend, prikkelend en bemoedigend.

 

Klein en groot podium
Theo Hakkert in gesprek met Marja Pruis en Nelleke Noordervliet waar een handvol publiek op afkomt, alsof het niet in het programmaboekje vermeld stond. De schrijfsters, de interviewer en het gesprek verdienden een volle zaal. Hakkert stelde vragen  over de wanhoop van de schrijver als er een oordeel wordt geveld over het gepubliceerde boek. En hoe een boek verdwijnt als het af is. En waar een biografie goed voor is.

Weer later Abdel Kader Benali en de Georgische schrijfster (wonend in Duitsland) Nino Haratischwili over haar 1300 pagina’s tellende boek Het achtste leven. Er werd niet veel losgemaakt over de drijfveren van de schrijfster, het kabbelde op een podium te groot voor twee, de ruimte donker en gesloten (waar is de uitgang?). Het werd niet boeiender dan dat Benali haar ondervroeg over de verschillende personages waarbij het gesproken Engels niet vanzelf ging. Aan het einde van het gesprek werd het lichtelijk precair, alsof de interviewer er het hele gesprek op gewacht had deze vraag te mogen stellen: ‘Je hebt een kind bij je toch?’ ‘Ja,’ zei de schrijfster. ‘Hoe oud is ze?’ ‘Vier maanden.’ ‘Och,’ zei Benali en je zag hem zichzelf inhouden. Hoe hij niet zei: ‘Ik heb ook een dochtertje.’ Je zag het geluk van hem afbarsten maar hij glimlachte, zwijgend en wetende. Geluk is een hardnekkige rivaal.

Toen moesten The Joni Mitchell Stories nog komen, met Mathilde Santing, Ingmar Heytze, Jordi Lammers en Nelleke Noordervliet. Daar was ook naar uitgezien, maar ach, die laatste treinen in de nacht, die wachtten niet. Zo kwam er een (onvoltooid) einde aan een veelomvattend festival in Utrecht, Stad van de Literatuur.

 

 

Foto’s: Michael Kooren
Foto Graham Swift: Liliane Waanders

 

 

 

J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten ’t Hart

C5GS66RW8AELn97Zondag 19 februari werd voor de derde maal de J.M.A. Biesheuvelprijs uitgereikt – de enige literaire prijs voor de beste Nederlandstalige korteverhalen van het voorgaande jaar. Uniek aan deze prijs is dat het geldbedrag geheel en al door middel van donaties bijeen wordt gebracht.

Uit vijf genomineerden won Maarten ’t Hart (1944) met zijn vorig jaar uitgekomen verhalenbundel De moeder van Ikabod (Arbeiderspers). Het gedoneerde bedrag voor de prijs van dit jaar was € 5105,70, dat in zijn geheel naar de winnaar gaat.

Volgens de jury getuigt de verhalenbundel van ’t Hart van een ‘grote kennis’, een ‘aanstekelijk schrijfplezier’ verenigd met  een ‘ongeëvenaarde stijl’; ‘een boek dat de lezer voortdurend aanspoort om dóór te lezen’.  ‘
‘Om de kleurrijke personages, de subtiele excentriciteit en de onmiskenbare kwaliteit kennen wij de J.M.A. Biesheuvelprijs 2017 met groot plezier toe aan De moeder van Ikabod van Maarten ’t Hart,’ aldus sprak de jury.

In de jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs van dit jaar hadden plaatsgenomen: Irwan Droog (redacteur), Babs Gons (schrijver, performer), Marieke de Groot (boekverkoper), Theo Hakkert (journalist, recensent) en Sanneke van Hassel (korteverhalen schrijver).

Het was dit jaar voor het eerst dat de Biesheuvelprijs een shortlist hanteerde. Voorgaande jaren was er enkel sprake van een winnaar. Dit jaar werden naast De moeder van Ikabod Maarten ’t Hart de volgende bundels genomineerd:

A.H.J. Dautzenberg – De dag dat de gieren buigen (Atlas-Contact)
Bertram Koeleman – Engels voor leugens (Atlas-Contact)
A.N. Ryst – De blauwe maanvis  (Querido)
Kira Wuck – Noodlanding (Podium)

Alle genomineerden (waaronder ook Maarten ’t Hart) krijgen een schrijfweekend aangeboden op de Buitenwerkplaats.
Waarbij je je natuurlijk afvraagt of Maarten ’t Hart hier gebruik van zal maken.

www.jmabiesheuvelprijs.nl
(
www.buitenwerkplaats.nl).

 

 

Schwobleesclub: De jaren – Virginia Woolf

Een van de tien boeken van de Swchobleesclub is de voorlaatste roman De jaren van Virginia Woolf (1882-1941). Deze verscheen in 1937 in Engeland en de Verenigde Staten en is haar enige titel die ooit op de bestsellerlijst van de The New York Times terechtkwam. Nu verschijnt het boek voor het eerst in Nederland in een vertaling van Barbara de Lange.

Virginia Woolf is vooral bekend van haar modernistische werken als Mrs Dalloway, To the lighthouse en Orlando en niet te vergeten The Hours van Michael Cunningham waarin een deel van Mrs Dalloway en uit het leven van Woolf verweven is. Haar thematiek (homoseksualiteit, tijdsbeleving) en complexe maar ook vloeiende stijl van schrijven komt vooral tot uiting in de vele monologues intérieurs en zijn van blijvende invloed geweest op de wereldliteratuur. De jaren is dan ook een langverwachte aanvulling voor de liefhebbers van haar werk en zeker voor degenen die de wereldliteratuur willen doorgronden.

De jaren (Uitgeverij Athenaeum) bestaat uit een serie schetsen van 1880 tot de dertiger jaren van de vorige eeuw. In die jaren verweeft Woolf de geschiedenis van de familie Pargiter met gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis zoals: de Boerenoorlog, de Eerste Wereldoorlog, de suffragettebeweging, de Ierse kwestie, India en het kolonialisme, de benzinemotor die het paard verdrong, elektrisch licht in plaats van de gaslamp, de avant-garde, de nieuwe atoomtheorie. Het zijn momentopnames die te vergelijken zijn met herinneringen uit ons eigen leven: er zijn jaren die eruit springen, als bergtoppen in de verte. Daartussen liggen de mistige dalen van de jaren die vergeten zijn. Waar de essentie ligt – in de dalen of in de pieken – is de zoektocht die de schrijfster in De jaren heeft ondernomen.

 

Inschrijven voor de leesclub van De jaren kan hieronder:

Groningen: Boekhandel Van der Velde – Akerkhof 45-47 – Groningen
Haarlem   : Kennemerboekhandel www.kennemerboekhandel.nl

 

 

 

 

Lang verwachte biografie Boudewijn Büch

Vijf jaar werkte Eva Rovers (biograaf Helene Kröller-Müller) aan de biografie van Boudewiin Büch. Boud, Het verzameld leven van Boudewijn Büch is deze maand verschenen bij uitgeverij Prometheus. Gisteren vond de presentatie plaats in Amsterdam. Reinder Storm was erbij aanwezig en nogal onder de indruk van de als geloofwaardig gepresenteerde details rond de legendarische dodo.

Door Reinder Storm
Onder grote belangstelling werd afgelopen zondag in Amsterdam de langverwachte biografie gepresenteerd van Boudewijn Büch. Er kwamen veel meer belangstellenden dan aanvankelijk verwacht was waardoor het evenement verplaatst werd van Spui25 naar de Oude Lutherse Kerk. Ook de boekhandel was er goed op voorbereid. Honderd, reeds van te voren door de auteur gesigneerde biografieën, lagen klaar voor het gretige publiek.

Na Büchs ontijdige overlijden in 2002 –  53 jaar oud – kwam hij eigenlijk alleen nog in het nieuws als fantast. Belangrijke motieven in zijn werk waren: een getroebleerde jeugd, een jong overleden zoontje, pedofiele aanleg, de gigantische erfenis van zijn vader, zijn gedegen wetenschappelijke scholing… het bleek allemaal verzonnen. De verhalen waren onwaar maar ook in het echt – tot en met zijn beste vrienden toe – had Büch iedereen voor de gek gehouden. Biografe Eva Rovers stond voor de moeilijke opgave een waarachtig boek te schrijven over een schrijver en tv-persoonlijkheid die veel van zijn geloofwaardigheid verloren had.

Of zij daarin is geslaagd moet de lectuur van dit dikke boek uitwijzen. Bij de presentatie was er in elk geval één spreekster (Sonja Barend) die vertelde dat ze tijdens het lezen zo verbijsterd was geweest, dat ze het boek geregeld moest wegleggen om bij te komen. Wat natuurlijk de nieuwsgierigheid wel prikkelt. Andere sprekers tijdens deze feestelijke bijeenkomst belichtten tal van facetten van de inderdaad zeer veelzijdige Büch. Diederik van Vleuten dankt zijn James Cook-liefde aan Büch. Abdelkader Benali toonde zich geïnspireerd door de televisie-programma’s. Prof. dr. Lisa Kuitert plaatste de verzamelwoede gedetailleerd in wetenschappelijk perspectief. Eva Rovers zelf had duidelijk genoten van Büchs aanstekelijke enthousiasme. Wie anders immers kon mensen zo bezield vertellen over Goethe of verafgelegen volslagen onbekende eilandjes en er nog succes mee hebben ook? Zelf had Eva Rovers – als overtuigd Beatles-fan – dankzij Büch enige sympathie weten op te brengen voor enkele nummers van de Stones.

Een aparte keus ten slotte maakte Jacques van Alphen: emeritus hoogleraar dierecologie en vanaf zijn zestiende bevriend met Büch. Hij vertelde geen anekdotes of herinneringen. Integendeel: hij nam Büch bloedserieus door mee te delen wat sinds diens overlijden door nieuw onderzoek bekend was geworden over de legendarische dodo. Dat Büch ook in dit bizarre opzicht zo serieus genomen werd was misschien het indrukwekkendste eerbetoon.

image_1382Op YouTube is een soort muzikale appendix bij de biografie verschenen: Boud sound lyriekmuziek: www.youtube.com/watch.

 

 

 

 

 

Veel meer dan boeken op de Buchmesse

De tijd vliegt. Daarom proberen we er vat op te krijgen, bijvoorbeeld door het gebruik van een kalender. Op de Buchmesse is er een speciale galerij voor: een enorme gang met aan de wand honderden verschillende kalenders in alle soorten, maten en kleuren. Buchmesse betekent namelijk veel meer dan boeken. Er zijn ook speelgoedbeesten, boekensteunen, leesbrillen, notitieboekjes, kleurplaten, globes, landkaarten, spelletjes en ansichten.

Een andere attractie zijn demonstraties. Een heuse Gutenberg bedient een replica van een 15de eeuwse drukpers. Grappig contrast is een knalpaarse 3D-geprinte miniatuurversie van het Gutenberg-standbeeld in Mainz. David Hockney himself bladert live door een nieuw, reusachtig overzichtswerk van zijn oeuvre en maakt zo het massaal toegestroomde publiek deelgenoot van zijn eigen sensatie.

Natuurlijk worden op locatie maaltijden bereid op basis van kookboeken. En zijn er overal voortdurend openbare vraaggesprekken – niet alleen met Nederlandse schrijvers. Ik hoorde Duits, Maleisisch, Engels en Chinees. In het Nederland-Vlaanderen-gastland paviljoen kan onder begeleiding van bekende illustratoren worden getekend, waarna van het resultaat real time een publicatie wordt gemaakt. Wat van dit alles overblijft zijn vooral herinneringen aan een overrompelend en indrukwekkend evenement. Bijzonder vooral omdat een zakelijke beurs en een publieksfestijn zo vloeiend in elkaar overgaan. Die herinneringen nemen de duizenden deelnemers en bezoekers met zich mee als ze huiswaarts gaan. Waarmee het bereik van de Buchmesse nog groter wordt.

 

image1Bij zo’n veelheid aan indrukken valt niet gauw op wat ontbreekt. Maar frappant was wel de totale stilte omtrent de winnaar van de Nobelprijs voor literatuur: Bob Dylan. Bij één Italiaanse stand was een affiche te zien dat Dylan huldigde. ‘Finalmente Dylan!’ Misschien had verbazing over toekenning van de prijs de marketeers verlamd. Misschien was de voorbereidingstijd voor de Messe gewoon te kort. Dat belooft dan wat voor 2017!

 

Ook voor mij vliegt de tijd: ’t is mijn laatste dag van de Buchmesse. Zal ik afsluiten met een Belgische attractie? Vlaamse friet in Frankfurt.

 

 

 

 

Frankfurter Buchmesse dag 3

De dag waarop ‘verbinding’ zichtbaar en voelbaar werd en Nescio, door tijd en ruimte heen, van zich liet horen en Reinder Storm verrast werd door een Chinese jongedame die hem in het Engels een gedicht van Ted van Lieshout voorlas  over de Noordzee. 

Door Reinder Storm
“Außer dem Mann, der die Sarphatistraat für den schönsten Ort in Europa hielt, habe ich nie jemanden gekannt, der wunderlicher war als der Schnorrer.” Deze Duitse vertaling van een overbekende Nederlandse zin maakt hier op de Buchmesse in Frankfurt warme gevoelens los. Dat is wat we willen delen – liefde voor onze lievelingsliteratuur. De uitvreter is dus nu beschikbaar voor Duitse lezers. Dat schept een band, dat ‘verbindt’.
Verbindingen aangaan, samenwerken, afspraken maken, zaken doen, praten – welke vorm het ook heeft: dit is wat er op deze uiterst levendige Buchmesse voortdurend gebeurt. Niet voor niets heet de actuele Vlaams-Nederlandse tentoonstelling over de verbinding (!) tussen sociale media en 15de eeuwse boeken Conn3ct (zie http://conn3ct.media/nl).

Mensen staan in de rij om even in aanraking te komen met een bewonderde illustrator (en handtekeningen te scoren!). Karl May is al meer dan 100 jaar dood maar in de stand van Karl May Verlag, kan men auteurs ontmoeten. De Duitse Wild West schrijver heeft blijkbaar opvolgers gekregen. Ook Harry Mulisch ontbreekt niet: Joost de Vries ontmoet hem in de vorm van een ‘tribute’.
Op de achtergrond klinkt een vraaggesprek tussen Marc Schaevers en Arnon Grunberg. Veel mensen zitten of staan geamuseerd en aandachtig te luisteren. In levendig contact met twee auteurs uit twee buurlanden. Dat verbindt.

En terwijl ik dit schrijf gebeurt het volgende: Een Chinese jongedame komt naar mij toe, knielt naast de stoel waarop ik zit en biedt aan een gedicht voor te lezen. Natuurlijk zeg ik ja! Ze heet Lan Ting en leest mij in Frankfurt een gedicht voor in het Engels van Ted van Lieshout. Een gedicht over de Noordzee.

De schrijver van ‘De uitvreter’ noemde zich Nescio: ik weet het niet. Ik weet het ook niet – maar ik voel mij zeer verbonden.

 

 

Optimisme en Mesdag 2.0 op de Buchmesse

Eigenlijk is het simpel. Wie iets met boeken heeft en alles wat daarmee samenhangt moet naar de Buchmesse. Al is het maar een keer in je leven. Dat de Buchmesse groot is, een duizelingwekkend gevarieerd en grensoverschrijdend aanbod presenteert is een cliché. Het zou niemand af moeten schrikken, integendeel. Opvallend zijn de typische verschillen in sfeer, stijl en publiek. Bij de Antiquarian Book Fair: meer mannen met grijs haar. Bij kunstboeken: meer stijl en gedurfd design. Bij kennismaking met nieuwe VR-toepassingen: meer kekke, hippe youngsters.

Wat zich vooral opdringt is: optimisme. Zoveel mensen spannen zich in om op even zovele verschillende manieren mooie, nieuwe, originele producten aan te bieden. Sommige namen van landen zijn synoniem voor oorlog, honger en ellende. Op de Buchmesse zijn vertegenwoordigers uit deze landen present met keurige publicaties in een smaakvolle stand.
En natuurlijk kan op talrijke plekken kennis gemaakt worden met de gastlanden Nederland en Vlaanderen. In de drukte op het Buchmesse-complex zie je ze lopen: Arnon Grunberg, Geert Mak, Cees Nooteboom.

Bij het gastlandpaviljoen is door middel van projectie een 360 graden illusie gecreëerd van strand, zee en lucht. Panorama Mesdag 2.0 zeg maar. In de schemerige ruimte zelf wordt genoten van literatuur op een opzienbarend meubelstuk voor 2 personen: één die voorleest en één die voorgelezen wordt. Er is een podium waar Tommy Wieringa in zijn beste Duits vragen beantwoordt. En de prozaïsche noot is ditmaal… een geur. Van frituurvet. Misschien wordt geprobeerd voor de echte Lage Landen-sfeer kroketten te bereiden. Of behoren die tot wat we níet delen?
Hoe het antwoord op die vraag ook luidt, simpel blijft het. Wie echt iets met boeken heeft moet naar de Buchmesse. Al is het maar één keer.

 

Een weelde aan schrijvers

Reinder Storm is op eigen risico naar Frankfurt vertrokken om daar de Buchmesse te bezoeken. Dagelijks zal hij een blog schrijven over zijn wederwaardigheden aldaar. Vandaag is de grote reis begonnen en hij bevindt zich in goed gezelschap.

Door Reinder Storm

Toeval bestaat niet. Mijn reis naar Frankfurt is een Nederlands literair feest vanaf het begin. Had ik het zo willen plannen, het zou me niet zijn gelukt. Volkomen onverwacht deel ik m’n coupé met talrijke medewerkers van de CPNB alsmede een weelde aan schrijvers, van Anneke Brassinga tot Tommy Wieringa, van Adriaan van Dis tot Niña Weijers, van Ernest van der Kwast tot Ted van Lieshout, van Jessica Durlacher tot Thomas Möhlmann. Koningin van het bal is hare excellentie minister Bussemaker in hoogsteigen persoon. Cameramensen, radioreporters, voorlees- en signeersessies maken het geheel compleet. Uitgevers, redacteurs, journalisten, schrijvers, lezers en beleidsmakers – tot en met de medewerker van catering die chocolaatjes uitdeelt aan toe: iedereen is vol verwachting. De reis is een opwindend en veelbelovend voorspel.

fullsizerender2En dan is daar ook de bitterzoete realiteit die ontnuchtert en relativeert. De conducteur namelijk worstelt zich tussen mensen door die om de voorlezende en signerende schrijvers samendrommen. Met een hoofdknik naar Connie Palmen vraagt hij vertrouwelijk: “Die ken ik … dat is toch Annie M.G. Schmidt?”

‘U hebt er kijk op’, zeg ik.
‘Ik dacht het al meneer, herneemt de conducteur. Maar ik houd ’t dan ook goed bij in de krant!’

Leve de Frankfurter Buchmesse. Leve Vlaanderen en Nederland. Leve de literatuur.

 

Wordt vervolgd…