‘Geen boek zo slecht of er staat wel iets nuttigs in’

Plinius was senator en consul van Rome maar ook advocaat en letterkundige. Hij leefde van ca. 62 tot ca. 113 na Chr. Hij was een ontwikkeld, humaan en rijk man.
Naast zijn drukke leven in Rome, adoreerde hij het leven op het platteland. Hij bezat een aantal landgoederen waar hij zeer graag verbleef: in zijn geboorteplaats Como, in Umbrië en even buiten Rome. Hij deed niets liever dan zich terugtrekken uit het drukke leven om zich in een van zijn villa’s te ontspannen. Eigenlijk deed hij niets liever dan lezen en schrijven. Hij heeft veel brieven geschreven en een groot deel daarvan heeft hij gepubliceerd in negen boeken. Hij vond zichzelf een belangrijk man, enige ijdelheid kan hem niet ontzegd worden en alles wat hij van belang achtte, kreeg een plaats in zijn Verzamelde brieven.

Uit die brieven heeft Vincent Hunink, classicus aan de Radboud Universiteit Nijmegen, een selectie gemaakt van 22 brieven die over de villa’s van Plinius gaan. Hij heeft ze vertaald en toegelicht.
In de twee langste brieven beschrijft Plinius uitgebreid zijn landhuizen in Rome, Umbrië en Como, met veel aandacht voor de architectuur van de villa. Hij vertelt over de inrichting van het huis met zijn haast eindeloze reeks eetkamers, privévertrekken, koud- en warmwater badkamers, massagekamers, speelkamers, rustkamers, voorraadkamers en natuurlijk de wijnopslag.
Voor elke kamer geeft hij aan op welk tijdstip van de dag in de volle zomer het zonlicht naar binnen valt. Dan volgen nog beschrijvingen van de slavenvleugel, van terrassen, verdiepingen, atria’s, paviljoens, zuilengalerijen, om te eindigen met een beschrijving van de ligging van de villa en de planten in de tuin (‘de golvende acanthus, de prachtige buxus’).

Die beschrijvingen zijn weliswaar uitvoerig maar Plinius heeft zich vooral toegelegd op het beschrijven ervan in literaire zin; het is niet zo dat zo’n villa zich als het ware voor je ogen ontvouwt. Hunink schrijft in zijn Inleiding dat het jammergenoeg niet mogelijk is gebleken op basis van Plinius’ beschrijving zo’n villa  te tekenen; deskundigen hebben de moed opgegeven een reconstructie te maken.

Plinius schrijft vooral over wat het huis hem doet, waarom hij er zo graag vertoeft en hoe hij zijn dag besteedt. Een aantal brieven gaat expliciet over zijn ‘welbestede dagen’. De ontspanning begint met het weg zijn uit Rome, geen ‘saaie beslommeringen’ meer aan je hoofd. Geen kletspraatjes met anderen, maar met jezelf en je boeken in gesprek zijn. Hij raadt het iedereen die een brief van hem krijgt aan: ‘Vandaar mijn raad aan jou. Die herrie, dat domme gedoe, die absoluut futiele bezigheden, geef ze op zodra je de kans krijgt en wijd je aan de literatuur.  Of aan ontspanning. Want zoals onze vriend Atilius met zoveel wijsheid én humor zegt: beter ontspannen dan druk met niets.’

Plinius idealiseert de tegenstelling tussen het drukke leven in Rome, en de rust en ruimte op het platteland of aan zee. De plichten die hem aan Rome binden en die hij zegt te ervaren als knellende banden, ruilt hij graag in voor ruimte voor literatuur in een oase van rust. Zoals Hunink in de inleiding schrijft is het ‘gespeelde eenvoud’, want tegelijk beseft hij zijn verantwoordelijkheid voor het besturen van een stad als Rome. Hij lost deze tegenstelling op door te schrijven ‘de vroegste en middelste perioden van ons leven moeten we namelijk besteden aan het vaderland, de laatste aan onszelf. Zo staat het ook in de wet: een man op leeftijd mag zich terugtrekken uit het actieve leven.’ Hij beklaagt zich er vervolgens dan wel weer over dat hij niet weet wanneer die tijd voor hem komt. In elk geval niet te vroeg.

De brieven van Plinius zijn mooi geschreven en prettig om te lezen. Daar heeft hij ook erg zijn best op gedaan. De informatie die er in staat is evenwel niet altijd interessant of  bijzonder, maar zoals hij zelf schrijft in elk boek staat wel iets nuttigs. Zo geeft dit boekje enig inzicht in het leven van een drukke Romeinse politicus. Zijn lofzang op het buitenleven is van alle tijden, evenals het zoeken naar een balans tussen arbeid en rust

100 jaar na Chr. zijn er vragen geformuleerd die ons 2000 jaar later nog steeds bezig houden. Als je zijn brieven zo interpreteert, zijn ze verrassend actueel.