20 september 2017

De bekentenis van de leeuwin – Mia Couto

In de huid van een leeuwin

Recensie door Lodewijk Brunt

In de buurt van het plaatsje Kulumani zijn leeuwen gesignaleerd. Ze vallen mensen aan. De autoriteiten huren een jager in om het gevaar te bezweren. Buitenlandse bedrijven investeren liever niet in gebieden waar een mens zijn leven niet zeker is. De jager gaat op pad met een journalist/schrijver die de expeditie voor de buitenwereld moet vastleggen, ze nemen het districtshoofd en zijn echtgenote mee uit de hoofdstad Palma. Het gedrag van de leeuwen heeft ook politieke onrust veroorzaakt, het districtshoofd wil de zaak snel met succes afronden. Er volgt een urenlange, barre tocht in een gammele jeep over ongeplaveide wegen.

Een simpel gegeven, lijkt het, maar dat is schijn. Het verhaal wordt vanuit twee invalshoeken verteld: de ‘versie’ van de jonge vrouw Mariamar, uit Kulumani, en die van Arcanjo de jager. Hij houdt een journaal bij. De oudste zuster van Mariamar is het laatste slachtoffer van de leeuwen, het verhaal begint op de dag dat de verminkte resten van het slachtoffer worden begraven. De jager maakt zijn eerste notities in de nacht voordat hij zal worden uitgekozen als leeuwenverdelger. Hij kan niet slapen: ‘Ik had nooit gedacht dat die keuze mij zo bezig zou houden’. Hoe de inzichten van Mariamar tot ons komen is niet duidelijk. Mondelinge overlevering? Een schoolschriftje? En, nog interessanter, een ‘versie’ waarvan eigenlijk? De waarnemingen en aantekeningen van de jager en van Mariamar vormen de kern van A Confissão da Leoa, zojuist vertaald als De bekentenis van de leeuwin, door Mia Couto. Volgens de achterflap van het bij Querido uitgegeven boek is hij ‘een van de grootste hedendaagse Afrikaanse schrijvers’. Zou het heus?

Couto afficheert zich in kranten en tijdschriften als ‘magisch realist’, met nadruk op ‘realisme’. Wie weet. Het is in ieder geval wel een onnavolgbaar realisme: de gebeurtenissen spelen zich af in een vaag aangeduid gebied, met een rivier, een woestijn, bossen, akkers, lemen hutten, medicijnmannen, blinde soldaten, hyena’s, krokodillen, slangen. De mensen spreken er een onbekende taal, met woorden als anakula, nchemba, ntela, kusungabanga, ngwena, takatuka, dombe. De auteur presenteert een onontwarbare kluwen van beelden, situaties en gebeurtenissen die de gebruikelijke logica van het alledaagse leven ver ontstijgen. Er bestaan geen grenzen tussen leven en dood, heden en verleden, mens en dier, dromen en waken, geest en materie, waarheid en leugen. Je kunt je verdriet overdragen aan een boom, kippen kunnen gieren worden, motten hebben onrust, leeuwen worden mensen, mensen veranderen in elkaar of in leeuwen of andere substanties. Als de jager wordt aangevallen door iemand met een kapmes, weet hij zich als volgt te redden: ‘Snel als de bliksem doorklieft het kapmes de lucht, maar raakt het slachtoffer niet. Onverwacht verandert het lichaam van de jager in zee, golf na golf, tot het alleen nog maar zee is. Door water te worden weet Arcanjo op het allerlaatste moment de dans te ontspringen’.

Verhaallijnen doorkruisen elkaar. Hebben Mariamar en de jager een verhouding gehad? Ze meent dat hij haar ooit zwanger heeft gemaakt en dat ze voor hem gedanst heeft als een slang. Maar ook de verpleegster Luzilia heeft als een slang voor hem gedanst; van een ontmoeting met Mariamar weet de jager niets, van Luzilia’s verleidingskunst herinnert hij zich de kleinste details. De vrouw van het districtshoofd begeeft zich ’s nachts poedelnaakt op het erf in de hoop dat ze door een leeuw besprongen zal worden: ‘Ik wil door een leeuw genomen worden, ik wil zwanger worden van een leeuw’. Als ze eindelijk besprongen wordt, is het door een leeuwin, geen leeuw. De leeuwin is ‘een schaduw’ die in ‘een bliksemflits’ als ‘een vuurbal’ op de vrouw afschiet. De beeldspraak rolt en tolt. Zwanger zal ze niet worden, ze brengt het er ternauwernood levend vanaf. Bij alle magie verbaast het niet dat leeuwen ook door een hogere instantie ‘gemaakt’ kunnen worden en zich niet als ‘echte’ leeuwen gedragen. De enige keer dat de jager oog in oog met een leeuw komt te staan, weigeren zijn vingers dienst en kan hij de trekker van zijn geweer niet overhalen; gelukkig voor hem is het dier alleen maar verbaasd en valt hem niet aan.

Soms lijkt het erop dat Couto een achterliggende boodschap in zijn boek verstopt heeft: ooit hadden vrouwen het voor het zeggen. God was een vrouw en iedereen sprak dezelfde taal als de oceanen, de aarde en de hemelen. De leeuwinnen waar het verhaal om draait, zijn eigenlijk vrouwen en dat is wat de moeder van Mariamar de jager laat weten voordat hij weer afreist naar Palma: ‘Ik ben de leeuwin die overblijft’, zegt ze. ‘Waarom vertelt u me dat?’, vraagt de jager. ‘Dit is mijn bekentenis’, luidt het antwoord, de laatste zin van het verhaal. De bekentenis van een moeder, naar de bekentenis van de leeuwin moeten we raden.

 

 

De bekentenis van de leeuwin
Mia Couto
Vertaling door: Harrie Lemmens
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
ISBN: 9789021404950
224 pagina's
Prijs: € 18,99

Meer van Lodewijk Brunt:

26 juni 2017

Logboek van een ziener

Over 'Andalusisch logboek' van Stefan Brijs
12 juni 2017

‘Onkreukbaar, rechtschapen, moedig en integer’

Over 'De goede advocaat' van Britta Böhler
1 mei 2017

Een leven lang lezen en schrijven

Over 'Hoe verliefd is de lezer?' van Doeschka Meijsing

Recent

5 oktober 2017

Op drift geraakt

Over 'Stille grond' van Sanneke van Hassel
4 oktober 2017

Overval op de westerse mens

Over 'De ontscheping' van Jean Raspail
3 oktober 2017

‘De korst van het denken lospeuteren’

Over 'De peer en ander proza' van Konrad Bayer
2 oktober 2017

‘Geen boek zo slecht of er staat wel iets nuttigs in’

Over 'Mijn landhuizen' van Plinius
29 september 2017

Bescheiden oogst van zestig jaar dichterschap

Over 'Wollt ihr die totale Poesie?' van Hans Sleutelaar

Verwant

20 september 2017

Sluit je ogen maar

Over 'Als ik mijn ogen sluit' van Mia Couto
20 september 2017

Literatuur als invalshoek

Over 'God is een Braziliaan' van Mia Couto
20 september 2017

Allegorische fantasie streelt de zintuigen

Over 'De drie plagen van Manirema ' van Mia Couto