Novelle met een verslavende spanning

Het feit dat eenvoud loont, bewijst Remco Campert met zijn literaire oeuvre waarin je nooit tegen zelfs een sprankje van het literaire intellectualisme van bijvoorbeeld Simon Vestdijk aanloopt. Campert hanteert de zeer directe stijl van de gewone Nederlander en is verder wars van allerlei decor en sfeerbeschrijvingen door middel van eclatante literaire uitweidingen . Hoewel het niet duidelijk is hoeveel aspirant auteurs zich hebben willen bedienen van de stijl van Campert, doet de kennelijk in Suriname geboren Indra Varma met haar novelle, Konverjari ( Kon = afkorting van koningin in Suriname; verjari = verjaardag, dus; koninginnendag ) vermoeden dat zij een leerling, zo niet een geduchte fan van Campert zou kunnen zijn.

Konverjari is een verzameling concieze alledaagse impressies die geschreven lijken te zijn vanuit een representatieve selectie van willekeurige gedachtestromen tijdens de viering van de koninginnendag in Suriname. Het verhaal zweemt naar de traditionele, inmiddels tot een nostalgie verworden klassieke eenheid van tijd en ruimte in Suriname, juister een manier van spelen die balanceert tussen grote natuurlijkheid en literaire schoonheid van mooi uitgeschreven en netjes gebrachte dialogen. Het hoofdpersonage Bhartie dat de intentie heeft zangeres te worden, moet evenals iedere willekeurige erkenningjager in Suriname alle konten besnuffelen om een keer voor het doffe voetlicht te kunnen worden geplaatst. Zij zag de konverjari als het ultieme moment haar vermeende talenten in tegenwoordigheid van een omvangrijk publiek te kunnen presenteren : “ Er wordt hard geapplaudisseerd, de muziek is begonnen. De gordijnen van het kleed gaan open. Als een echte superster loopt Bhartie het podium op………….Het publiek klapt nog steeds, van links en rechts wordt er gefloten. Het is bijna niet te bevatten wat er gebeurt. Bhartie begint te zingen. Het lijkt alsof ze nooit iets anders gedaan heeft. De stem, die houding: O mera sona re , sonas re , sona re, dedo gi djane, djoeda mate hona re…. ( Oh mijn liefste, mijn liefste , mijn liefste. Ik wil niet meer leven als je bij mij weggaat … “ ( pg. 69)

Met haar pen beschrijft Indra Varma met de meest doldrieste taalacrobatie alle lyrische gewaarwordingen die haar blikveld binnenhuppen. De karige omvang van het boek, de samengebalde vorm en hoge dichtheid van de vertelling maken de indruk alsof ze bij wijze van spreken neergekriebeld zijn in kabouterschrift op de uitgestrekte palm van een reuzenhand . . “ Groepjes kermisgangers gaan dezelfde kant op. Bhartie krijgt daar nog meer de zenuwen van. Zo te zien wordt het vanavond druk op de kermis. Hoe meer mensen betekent: hoe groter de kans dat er bekenden in de tent komen. ( pg. 66 )

De schrijfster is gefascineerd door de erupties van de euforie rondom de koninginnendag en staat het spektakel daaromheen gebiologeerd te bekijken. Een momentane aanraking waarbij verlangen en afgrijzen zich op deze dag inkerven.

Met het hoogrealistische pathos van het marginale waaraan latere Surinaamse generaties hun hartje ophalen, heeft dit proza met de intrige van een minikamerspel-formaat, nog veel minder te maken. Indra Varma’s boek is het tegendeel van een literatuuradaptatie, niet omdat de schrijfster de literatuur afzweert of zich wat hysterisch zou willen verzetten tegen het gewicht van de tekst, maar omdat ze tekst en literatuur in een eigenaardige frivole vorm integreert en samen knoeit. De dialoog met de literatuur is natuurlijk niet voldoende om een scribent het statuur van ‘auteur’ te geven. Hiervoor is vooral een visie nodig, meer bepaald een visie die kan worden afgeleid uit de manier waarop de auteur een eigen vormtaal oplegt en zijn/haar boeken niet als one-shots benadert, maar als onderdelen van een groter geheel van diens/dier oeuvre. Net zoals in haar vreemde relatie tot de literatuur, is Indra Varma hier typisch en atypisch tegelijk. Atypisch omdat zij veel minder dan anderen streeft naar het experimenteren met literaire conventies. Haar novelle is synoniem voor eenvoud (maar eenvoudig is niet simplistisch, net zoals complex iets anders is dan gecompliceerd). Haar stijl wil vooral niet opvallen en is daardoor geen natuurlijke vorm van superieure stilistiek. Haar relaas is daardoor een praat/kletsproza dat zelfs gespeend blijkt te zijn van het basisstramien . De auteur heeft radicaal gekozen voor eenvoud, zo niet voor een schaarste aan middelen, maar dat zou ook hier geen beknotting moeten impliceren, evenals het ontbreken van een mogelijkheidsvoorwaarde voor een literaire praal. Het kan juist aantonen dat een roman schrijven gewoon kan, d.w.z. zonder hightech literaire middelen, dat klein niet noodzakelijk gelijk hoeft te staan aan garage-esthetiek of punkesthetica. Kortom, dat men niet bang moet zijn om ‘niet’ op te vallen.

Desalniettemin draagt dit boek op één of andere wijze toch een verslavende spanning met zich mee. Het knappe aan Indra Varma’s manier van schrijven is dat zij zich niet op hol laat slaan door complexe literaire conventies waar de gemiddelde schrijver zich bij ingraaft, maar zij berust zich in haar rudimentaire toon, laat zich niet struikelen over alles wat binnen de literatuur geavanceerd lijkt, houdt zich rustig en beheerst. Zij heeft alles met volle aandacht op papier gezet, waardoor het helder en duidelijk op je af komt stromen maar waarbij er vanwege de niet-verdrinkingsgevaarlijke oppervlakkigheid helaas geen plaats is vrijgemaakt voor diepzinnige en filosofische bespiegelingen.

Auteur: Indra Varma
Uitgeverij: De zwarte maandag ISBN 978-90-73901-16-2
Dorpsstraat 119; 2995 XE Heerjansdam

Deze recensie is geschreven door Rabin Gangadin.

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Over 'In andermans handen' van Sherko Fatah
18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis