Don DeLillo – Recensie: Vallende man

Recensie door: Rein Swart

Uiteenlopende reacties op een extreme situatie

Het boek begint fascinerend. De negenendertigjarige Keith Neudecker is net ontsnapt uit de Twin Towers en wankelt te midden van andere verdwaasden door Manhattan. Hij heeft glassplinters in zijn gezicht, zit onder het roet en lijkt nog het meest op een grijze robot. Aan het eind van het eerste hoofdstuk beseft hij waarheen hij op weg is. In het volgende hoofdstuk weet de lezer dat ook. Niet naar zijn eigen appartement dat in de gevarenzone ligt, maar terug naar Lilianne, met wie hij samen een kind heeft, de jongen Justin. Lilianne brengt hem naar het ziekenhuis. Daarna herstelt hij in haar huis.

Klein en groot ongeluk geven elkaar in dit boek de hand: relationele onzekerheid speelt zich af tegen de achtergrond van de aanval op het hart van het westerse financiële centrum.

De spanning wordt vergroot als Keith een aktetas opent die hij op de trappen van de Twin Towers in zijn handen kreeg gedrukt. De tas blijkt van ene Florence, die daar eveneens werkte en de ramp ook overleefde. Keith bezoekt haar enkele malen. Florence praat veel om de gebeurtenissen te verwerken. Keith gaat met haar naar bed en houdt dat voor Lilianne verborgen omdat hij denkt dat dat het beste is.

Het gaat in dit boek over het omgaan met verscheurende situaties, de uiteenlopende reacties erop. Keith voelt zich vervreemd sinds hij niet meer werkt.

‘Hij begon zijn gedachten te richten op de dag, op de minuut. Dat kwam doordat hij hier was, alleen in de tijd, weg van de gebruikelijke prikkels, van de stroom uiteenlopende kantoorgesprekken. De dingen leken roerloos, ze leken scherper voor het oog, vreemd genoeg, op een manier die hij niet begreep.’

Na zijn herstel wordt hij een maniakaal pokeraar.

Lilianne gaat de onzekerheid over haar relatie met Keith uit de weg door haar aandacht te richten op een groep dementerenden die door het schrijven van verhalen de aftakeling proberen uit te stellen.

Zoon Justin speelt met vriendjes een spel waarbij ze met verrekijkers de omgeving afspeuren naar terroristen en niet geloven dat de torens al zijn ingestort.

De drie delen dragen de namen van geheimzinnige personen, die in die delen ontrafeld worden, zoals de straatartiest David Janiak, die voor vallende man speelt en onverwacht in het straatbeeld opduikt.

Elk deel wordt afgesloten met een hoofdstuk over Hammad, een van de terroristen die zich in Hamburg voorbereidt op de operatie. Deze hoofdstukken zijn nogal voorspelbaar en schematisch. Ook komen we een en ander te weten over Nina, de moeder van Lilianne, die zich heeft laten scheiden van haar man en bevriend is met Martin, een internationale kunsthandelaar die banden had met de Rote Armee Fraktion.

DeLillo kruipt met gemak in het hoofd van zijn personen, maar het verhaal raakt nogal versnipperd omdat hij om de haverklap van Keith naar Lilianne heen en weer springt. Vaak is het aan het begin onduidelijk over wie het fragment gaat. Het wordt teveel een maniertje om steeds op dezelfde manier de lezer tegemoet te treden.

De sfeer doet sterk denken aan de indringende documentaire over de brandweerlieden, die de torens ingingen. Het eind is niet echt bevredigend met mijmeringen van Lilianne over het wel of niet bestaan van God, maar misschien daarom juist indringend. Er blijft iets in de lucht hangen, dat je niet loslaat.  

 

Vallende man

Auteur:  Don DeLillo
Vertaald door:   Anneke Bok en Rob van der Veer
Verschenen bij: Uitgeverij Anthos
Op dit moment alleen tweedehands verkrijgbaar

Omslag Recensie: Vallende man  -  Don DeLillo
Recensie: Vallende man
Don DeLillo
ISBN: 9789041411921

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Over 'In andermans handen' van Sherko Fatah
18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis