Janneke Jonkman – Recensie 'Vederlicht'

Vive de Viva

Stel je voor, een ballerina, vederlicht, met nauwelijks contact met de aarde, geneigd om op te stijgen, dus daarom met de behoefte om gezien te worden, maar vooral aangeraakt. De hulpkreten See me, feel me, touch me, heal me uit Tommy van de Who, waar de vier delen van dit boek naar zijn vernoemd, passen daar prima bij. Hoofdpersoon Elien kampt nog steeds met nare ervaringen opgedaan op de balletacademie. Ze bezocht die vanaf de laatste jaren van de basisschool tot aan haar veertiende, toen ze eraf moest en verder ontheemd raakte. Met haar relaties ging het niet goed. Tijdens een studie aan de filmacademie koos ze voor Jona die egoïstisch en nogal verknipt was. Een verkrachting tijdens een vakantie in het buitenland op 28-jarige leeftijd moest haar weer grip op haar leven geven.

Het boek begint, nadat ze eerst al stil is blijven staan bij een verongelukte zwaan, wat klagerig: ‘Ik heb nooit goed begrepen waarom mensen uit elkaar gaan. Als je van iemand houdt alsof diegene een deel van je is, waarom zou je dat deel van jezelf dan plotseling afstoten, ook al is het misschien niet helemaal perfect.’
In een zomers luchtige afwisseling schakelt de verteller tussen de voorbereiding van een feestje dat Elien gaat geven en terugblikken naar vroeger. Het zijn allemaal korte stukjes, puzzelstukjes, die de lezer voorgeschoteld krijgt. De spanning neemt toe als blijkt dat Elien tijdens de afwezigheid van haar huidige vriend Igor, die in Berlijn een film opneemt, een aantal vroegere klasgenoten samenbrengt onder voorwendsel van een trouwfeest met Jona, maar in werkelijkheid omdat ze een documentaire van hen wil maken, van de ontheemde zielen waartoe ze zijn opgeleid.

In de tweede helft wordt het een meisjesboek, ook door het ‘Lief dagboek’, waarin we opnieuw vergast worden op het straffe regime dat op de balletacademie heerste met vreselijke docenten die autoritair en kwetsend waren. Het wordt steeds meer een uitdiepen en expliciteren, bijvoorbeeld dat Jona vroeger een huilbaby was en dat haar ouders ? een verpleegkundige met schrijfambities en een stugge geschiedenisleraar die vreemdging ? haar als kind geen lichamelijk contact gaven. Zelf gebruikt de verteller het beeld van het uitbaggeren van een sloot: er komt van alles omhoog, het water stinkt en wordt troebel. Dat laatste geldt zeker voor de zelfmoord van Abel, een van de leden van het vriendenclubje, die in de lucht blijft hangen.
Het boek is inmiddels naar het niveau van de Viva afgegleden. Elien hanteert een toverstafje, analyseert haar lotgenoten aan de hand van hun horoscopen en ontvangt boodschappen van de engelen, die aan het eind van de eerste drie delen apart vermeld worden, maar weinig toevoegen. Ook probeert ze de grens uit te vinden tussen seks en liefde en zoekt ze de juiste verhouding tussen intuïtie en ratio.

De vraagstelling is niet helder, de weg naar de afloop gaat met bochten. Op het eind krijgt de lezer nog weer anekdotes over vakanties met de ouders opgediend. Het lijkt erop dat Janneke flitsend is begonnen, maar het toen ook niet meer wist en er daarom nog maar wat bij heeft geschreven. Daardoor is het project helaas te pretentieus geworden en, net als haar lotgenoten, in de groei geknakt. Misschien moet Janneke Voor een verloren soldaat van Rudi van Dantzig herlezen, die bij de boekpresentatie aanwezig was.

Door Rein Swart

Janneke Jonkman, V ederlicht. De Arbeiderspers, gebonden, 256 p., € 18,95

Recensie 'Vederlicht'
Janneke Jonkman
ISBN: 9789029567589

1 reactie

  • Bas schreef:

    Het verhaal werd inderdaad wat fragmentarisch verteld maar ik vond wel dat het als geheel erg duidelijk was. Door de wisselingen verloor ik geen minuut de aandacht en het boek deed mij zeker niet Viva-achtig aan.. nee, ik vond het een boeiend en mooi boek.





 

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Over 'In andermans handen' van Sherko Fatah
18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis

Verwant

Portretten van gewone joodse lieden, uit het leven gegrepen Deze Jiddische verhalen komen voornamelijk uit de bundels ‘Treinverhalen’, waarin reizigers in de derde klasse hun levenservaringen uitwisselen en uit ‘Monologen’, waarin ? zoals duidelijk mag zijn ? één persoon het woord voert. De verhalen spelen zich af aan het begin van de vorige eeuw in het toenmalige Rusland, waar pogroms tegen de joden geen uitzondering waren. De schrijver wil het leven treffen en zoals hij zelf ironisch opmerkt: geen zoete romantiek schrijven zoals onze helden in Jiddische prachtromans doen. ‘Mijn muze is arm maar wel vrolijk,’ luidt zijn motto. In de verhalen figureren veel handelaren. In het openingsverhaal wacht een verstrooide en berooide makelaar op zijn trein en zet zich op een bank naast een hoogwaardigheidsbekleder met een bijpassend hoofddeksel. De makelaar valt in slaap en schrikt wakker als de trein op punt van vertrekken staat. Hij is zijn hoed kwijt en zet per abuis het bijzondere hoofddeksel op, waarna hij tot zijn verbazing door de conducteur en zijn medereizigers met veel egards wordt bejegend. Sommige verhalen ontroeren, zoals dat over joden die in het verre Rusland begaan zijn met de Franse Dreyfus; een ander verhaal is actueel, zoals dat over een dokter die niet naar een patiënt luistert en meteen een medicijn wil voorschrijven. De taal is verrijkt met joodse termen en uitdrukkingen zoals: ‘En van joods medelijden krijg je stroeve tanden, nebbisj.’ De sfeer wordt versterkt door de vertrouwelijke toon: ‘En in het winkeltje van mijn vrouw (mijn vrouw heeft namelijk een winkeltje)…’ of door zijdelingse opmerkingen zoals in: ‘Hij heeft zijn handen in zijn zakken en hij kijkt een beetje scheel. God in de hemel, denk ik, bezit dat een miljoen? Maar ja, probeer maar eens met God te redetwisten.’ Maar ook door regelmatige toevoegingen als ‘hij zei gezegend’ of ‘moge het boze oog niet over hem komen’. In veel verhalen komen steeds dezelfde stoplappen voor. ‘Ik ben echt zo klaar,’ zegt de eerdere genoemde patiënt steeds tegen de dokter en in een ander verhaal zegt een vrouw steeds: ‘U weet wat ze van vrouwen zeggen: ze kletsen je de oren van je kop.’ Of een man, die elke gedachtegang afsluit met: ‘Maar hoe kom ik daar nou op?’ Eerst is het allemaal heel vermakelijk, zoals het verhaal over een schrijver die gek wordt van het gezeur van een jongeman die het niet kan uitstaan dat zijn vrouw altijd heel vrolijk wordt van het bezoek van een jonge dokter. De jongeman blijft de schrijver maar aan zijn kop zeuren of hij nou wel of niet moet scheiden en als de schrijver ten slotte in woede ontsteekt en hem toeschreeuwt dat hij inderdaad maar moet gaan scheiden merkt hij dat hij nog meer van slag is dan de jongeman en dat de rollen min of meer zijn omgedraaid. Hier is het gebrek aan plot niet erg, maar gaandeweg gaat dat toch tegenstaan. Het wordt allemaal een beetje hetzelfde, met steeds weer kolderieke uitweidingen; te veel verhalen kennen geen einde zoals het relaas over een joodse man die in de trein onder het anti-semitische Bessarabische Nieuwsblad ligt te slapen en bij ontwaken twee dubbelgangers ontwaart, waarop ze samen een liedje inzetten. De lezer van tegenwoordig is te verwend om genoegen te nemen met zo’n kneuterige sfeer, maar de volkse portretten, die oude volksziel, vind je in dit boek als een antiekstuk nog terug. Mooi is het titelverhaal, dat meteen ook het langste is, over een vader die heel blij is met zijn zoon die op het gymnasium studeert en later dokter zal gaan worden, maar dat een heel andere wending neemt. Onvergetelijk is ook het verhaal over een vrouw die voedsel verkoopt in de trein en zich boos maakt over haar concurrent die ten slotte haar echtgenoot blijkt te zijn. Als ik er zo op terug kijk zie ik hoe sterk het beeldend vermogen is van de schrijver, die het pseudoniem Vrede zij u heeft aangenomen.

Over 'Recensie 'Een lot uit de loterij' ' van Sjolem Aleichem