Agenda

Verhalen van Noord zondag 3 juli – programma SLAA en Hotel van Hassel

Zondag 3 juli om 15.00 uur onder de bomen van de Tolhuistuin een lange zomermiddag verhalen Amsterdam Noord: het Rotterdam van Amsterdam, de Overkant of, zoals Noordse Jan Donkers ooit schreef, ‘het Siberië van Amsterdam’? Met plekken als het Floraparkbad, Tuindorp Oostzaan, het Mosplein, de Mediawharf, het Vliegebos, de nieuwbouw aan het IJ maar ook het rustieke waterland. Met 86.000 inwoners en vermoedelijk vanaf 2017 een metroverbinding onder het IJ door naar het centrum, de Noord-Zuidlijn. Acht schrijvers brengen nieuwe visies op Noord. Verhalen bevolkt door volkstuinders, naar Noord trekkende kunstenaars en bouwprojecten, waarin het water steeds dichtbij is. Op zondag 3 juli lezen de schrijvers hun verhaal onder de bomen van de Tolhuistuin, presentatie: Lotje IJzermans (VPRO). Het Noordse Duo Boi Akih (world jazz impro) komt muziek maken.
Schrijvers Maartje Wortel, Thijs de Boer, Sanneke van Hassel, Anton Valens, Gerard van Emmerik, Rob de Graaf, Nino Zalica en Rob van Essen verdienden hun sporen op de korte baan maar schreven nimmer over noord.
Op diezelfde dag verschijnt een prachtig vormgegeven boekje met daarin de acht verhalen (ontwerp: Herman van Bostelen). Hieronder kunt u al het verhaal van Maartje Wortel lezen.

Dat we het misschien weer konden vergeten
We waren op alles voorbereid, maar niet op het kind. We vonden haar op een dinsdagmorgen in oktober. Het was stormachtig weer en erg koud voor de tijd van het jaar. Teun stond op het dek, hij had zijn handen in de zakken van zijn rode jas gestopt, hij leunde achterover tegen de wind in. Het was zo’n dag waarop je kon vallen zonder te vallen omdat de wind alles opvangt. Het enige waarvoor je moest zorgen was dat je de juiste kant op viel.
Ik zat in de kajuit de knoppen te bedienen. De grijparm schraapte over de bodem van het IJ, daarna kwam hij langzaam omhoog uit het water. In de verte blaften een paar honden. Ik keek tegen de laaghangende zon in en zag het niet goed of wilde het niet zien: toch wist ik meteen dat het een meisje was dat in de grijparm lag. Met één druk op de knop haalde ik haar dichterbij zodat ze vlak boven het dek hing. Haar lichaam was opgezwollen en haar neus was verdwenen, vergaan tegen de bodem van het IJ. Ze lag in een bocht, alsof ze de letter ‘C’ uit wilde beelden. Het was duidelijk dat ze dood was. Ik zag hoe Teun naar haar keek, hij rochelde op het dek en liep naar me toe. ‘Godverdomme,’ zei hij. ‘Wat nu?’
Ik wist ook niet, wat nu. Het meisje kon niet zoals de meeste dingen die we opgegraven hadden weer tot leven gewekt worden. Ze was geen auto of een fiets, ze was een mens en dood. En wij hadden haar gevonden. Ze lag nog steeds in de hand van de graafmachine toen de politie kwam. In de tussentijd hadden Teun en ik niets tegen elkaar gezegd, geen woord. We keken naar het onstuimige water en rookten sigaretten.
‘Dat zijn de risico’s van het vak,’ had mijn baas gezegd. ‘Ik heb jullie van tevoren gewaarschuwd.’ We kregen één dag vrij, daarna moesten we weer aan het werk.

Door Maartje Wortel

Mijn vrouw zat aan de keukentafel, ze rook naar shampoo en keek televisie. Een quizmaster tetterde vrolijk de keuken in. ‘Waarom ben je vrij vandaag?’ vroeg ze, terwijl ze met de afstandsbediening speelde.
‘Ik voel me niet zo lekker,’ zei ik, dat leek me het beste om te zeggen. Een paar jaar geleden hadden we elkaar beloofd om nooit meer over kinderen te praten. We waren naar de andere kant van de stad verhuisd en dat was het. Dat ik me niet lekker voelde lag nog niet eens zo ver van de waarheid. Mijn vrouw stelde geen vragen. Ze vertrok naar de Dekamarkt op de IJdoornlaan om boodschappen te doen en bleef lang weg. Misschien had ik met haar moeten praten. In plaats daarvan keek ik naar de televisie. Misschien had zij met mij moeten praten. In plaats daarvan bleef ze de hele dag weg. We hadden al twee keer een mens gevonden, mannen, nooit een meisje, nooit een kind. Meestal vonden we spullen. Fietsen, auto’s, flessen, meubels, containers, agenda’s, horloges, pannen, blikjes, boeken, modder. Er zijn mensen die een heel leven in het water gooien. Er zijn ook mensen die hun dieren in het water gooien, of: verliezen zoals ze het zelf zouden zeggen. We verliezen veel aan het water. We verliezen veel aan de stad.
Ik stak een sigaret op, blies rook uit en vroeg me af waarom ik per se dingen op had willen graven. Zo zat ik daar een tijdje. Toen ik lang genoeg naar de televisie had gekeken stond ik op van de bank en zette het toestel uit. In de achtertuin pakte ik mijn fiets uit de schuur. Daarna fietste ik naar het volkstuinen-complex. Niet om naar de volkstuintjes te kijken maar om Teun te zien. Ik hield me voor dat ik het voor hem deed, in werkelijkheid was hij de enige wiens stilte ik kon verdragen.
Hij woonde al twee jaar in het volkstuinencomplex, tussen de bomen en de dagjesmensen, tussen vrouwen in bikini’s, mannen met gieters, snijbonen en vogels. Rust en Vreugd leek me eerder de naam van een begraafplaats, maar Teun had het er goed. Hij was daar gaan wonen omdat hij naar eigen zeggen niet alles kwijt kon bij zijn vrouw.
‘Heb jij daar nooit last van?’ had hij me gevraagd.
Ik had ‘nee,’ gezegd. Meer voor mezelf dan voor mijn vrouw. Ik wist wel wat hij bedoelde: als je iedere dag hele levens naar boven haalt, een verborgen stad, dan kan je bepaalde dingen niet kwijt, maar daar konden die vrouwen niets aan doen.
Via een groen tuinhekje en een zigzaggend grindpad liep ik naar de deur en klopte aan. Geen reactie. Ik voelde aan de klink, de deur was gewoon open.
Teun zat op de bank in zijn werkkleding, hij keek me aan met holle ogen waaronder diepe wallen lagen, alsof hij al jaren slecht sliep. ‘Hoi,’ zei hij. ‘Koffie?’
Samen luisterden we naar het koffiezetapparaat, het gepruttel. We rookten langzaam. Daarna dronken we langzaam. Buiten raasde de wind door het gras, zoals een hand door het haar kan strijken.
Wie niet in staat is om 3 juli te komen maar wel graag het boekje wil krijgt het voor € 10,- gratis thuisbezorgd.
Voorverkoop ook via Boekhandel Athenaeum, Spui 14-16, Amsterdam.
Aan de tuin boekje: 8 euro plus entree: 6 euro= 14 euro
Verhalen van Noord | Tolhuistuin | Entree: € 6,-
http://www.slaa.nl/