Voorpublicatie Literair overleven

Dirk van Weelden Literair overleven

De boekwinkels veranderen in supermarkten; literaire uitgeverijen hebben het steeds moeilijker hun literaire gezicht te behouden; de massamedia (kranten, tijdschriften, televisie) besteden aandacht aan schandaaltjes, beroemdheden en bestsellers, de literaire kritiek verschrompelt gaandeweg tot snelle tips voor vrijetijdsbesteding; literaire bladen kwijnen weg en literatuuronderwijs verdwijnt. Maar hoe gaat het met de literatuur? Lezen schrijvers elkaar nog wel? Waar wisselen ze dan hun denkbeelden, kritiek en fantasieën uit? Zijn er nog kenners die het gezag van een criticus kunnen verwerven? Zo nee, is dat erg? En het internet, ontwikkelen zich daar (bijvoorbeeld rond poëzie) nieuwe vormen van literaire cultuur? Verliezen jongere generaties het zicht op de kracht, de kennis, de rijkdom van literatuur? Literair overleven is geen jeremiade of aanklacht. Dirk van Weelden houdt een pleidooi voor een weerbare, bemoeizuchtige literatuur.

Een voorpublicatie:

hoofdstuk 1

Zorgen in Duckstad

Er is een verhaal waarin Donald Duck zich groen ergert aan de slappe en voorspelbare verhaaltjes waarop de televisieserie CSI Gansdorp is gebaseerd. Hij is ervan overtuigd dat hij in eenhandomdraai betere verhalen kan schrijven en start daarom volvertrouwen zijn computer op. Maar veel verder dan zichzelf inspireren met lekkere snacks en het op hoge toon wegsturen vanzijn neefjes komt hij niet. Al snel is hij ten einde raad. ‘Wie hadgedacht dat schrijven zo moeilijk was?’ verzucht de gefrustreerde eend. Zijn diagnose van het probleem luidt: ‘Ik heb massa’s goede ideeën, maar het is een hele toer om ze op papier te zetten! Was er maar een gemakkelijke manier om…’ In zijn zoektocht naar een oplossing voor het probleem klopt hij eerst aan bij een buurtgenoot van middelbare leeftijd, ene meneer Strikjes, die ervaring heeft als schrijver. Donald stelt hem voor dat deze van zijn titels en ideeën meesterwerken maakt. Strikjes reageert als een echte professional door te vragen wat het betaalt. Maar Donald Duck heeft geen respect voor het schrijversambachten ziet voor betaling geen enkele reden. Hij vindt dat de man blij moet zijn dat hij Donalds briljante ideeën mag uitwerken. Strikjes schopt de brutale eend zijn huis uit. Uiteraard schiet op dit punt ? zijn gevoelige achterste herinnert hem aan de gemeenplaats ‘schrijven is pijn lijden’ ? Donald te binnen dat Willie Wortel misschien een gemakkelijker en pijnlozer manier moet hebben uitgevonden om te schrijven. En verdraaid, laat Willie nou heel onlangs de Schrijf-o-maat hebben bedacht. Het is een mobiele drukpers die draadloos isverbonden met een rode helm waarop lichtjes en een antenne. Het systeem kan de gedachten van de drager met een snelheid van honderd pagina’s per kwartier omzetten in een boek, al dan niet geïllustreerd, en dat alles geheel automatisch. Donald gaat met de hem kenmerkende bravoure aan het werk. Al etend en televisiekijkend. Kort daarna kan hij een kruiwagenvol kookboeken, memoires, televisiescripts en andere meesterwerken naar uitgevers en televisiestations rijden. Die wijzen alles af. Wat hij aanbiedt, is flut of gewoon gepikt. Donald heeft zijn eigen briljante gedachten schromelijk overschat en bovendien de Schrijf-o-maat gebruikt terwijl hij televisie keek en op die manier heeft hij aardig wat geplagieerd. Donald voelt zich bedrogen. Thuisgekomen piekt zijn drift en hij staat al klaar om met een honkbalknuppel Willies uitvinding te slopen, als de neefjes hem het stripboek laten zien dat ze met de Schrijf-o-maat hebben gemaakt. Stelt niks voor, vindt hij. Maar, zeggen Kwik, Kwek en Kwak, dat is onbelangrijk, we maakten het voor de lol, en zo denken al onze vriendjes er ook over: iedereen wil een Schrijf-o-maat. Hoewel Willie Wortel bedenkingen heeft bij de massaproductie van Schrijf-o-maten, verkopen hij en Donald aan de hele stad de machines die het schrijven van ‘meesterwerken zonder inspanning’ mogelijk maken. De rode helmen met bedradingen antenne zijn al snel overal te zien. Het schrijven van boekenis een ware rage. Overal verrijzen kraampjes waar auteurs hun boeken signeren, de boekwinkels puilen uit en de bibliotheken raken uitgestorven. Een boekhandelaar bij wie Donald zijn nieuwe werk in consignatie wil geven, klaagt: ‘Ik verkoop niets. De ellende is dat de mensen liever boeken schrijven dan lezen.’ Op straat ontmoet Donald een woedende menigte die hem verantwoordelijk houdt voor de massale boomkap ten behoeve van de boekproductie en voor de hysterische sfeer in de stad. ‘Zorg dat deze waanzin ophoudt, Duck! Anders zul je het bezuren! Dit was een fijne stad, totdat jij Schrijf-o-maten ging verkopen!’ Samen met Willie bedenkt hij eerst een tussenoplossing ? deSchrijf-o-maat produceert nu alleen nog elektronische boeken,die geen papier verslinden ? maar algauw blijkt dat de overproductie ook daar een probleem wordt. Men roept hem ter verantwoording: ‘Het hele internet is verstopt met ongewenste boeken!’ Dan volgt de ontknoping, waarmee alles op zijn pootjes terechtkomt. Iedere hoop op financieel gewin, op waardering ofzelfs maar aandacht van anderen wordt opgeofferd. De verbeterde versie van de Schrijf-o-maat zet moeiteloos en razendsnelde gedachten van de drager van de rode helm om in een prachtig geïllustreerd elektronisch document. En omdat volgens Donald ‘elke schrijver erkenning wil, krijg je zodra een verhaal af iseen voorgeprogrammeerd compliment. Daarna wordt het hele verhaal gewist voor je er iemand anders mee kunt lastigvallen!’ Zijn medeburgers vinden het briljant en bedanken hem hartelijk. Donald komt nog even in beeld om ons de moraal van hetverhaal in te peperen. ‘Vanaf nu moet iedereen die zijn verhalen voor het nageslacht wil vastleggen ze weer op de ouderwetse manier schrijven! Dat is veiliger… maar veel meer werk.’ En daarbij gluurt hij nog even naar binnen bij meneer Strikjes, die als een bezetene zit te hameren op een oude mechanische schrijfmachine. De tong uit de mond. Donald zelf keert terug naar de gemoedstoestand waarin alles begon: razende ergernis over de belabberde verhaallijnen van de politieseries op de televisie, gevolgddoor het loze dreigement dat hij het beter kan. Ook in de wereld van Donald Duck is de auteur van zijn voetstuk gevallen en is hij een burger als alle anderen, die er ? terecht of niet ? van overtuigd is dat hij iets bijzonders te vertellen heeft. Maar volgens het gezonde verstand dat de wereld van Donaldregeert, schuilt er een gevaar in de suggestie dat er in iedereeneen boek of een rijkdom aan verhalen huist. Maak het al te gemakkelijkom een verhaal op papier te krijgen en de kwaliteit van de gepubliceerde verhalen gaat naar beneden, de marktwordt verpest, uitgevers gaan failliet, de cultuur rondom het lezen van boeken wordt afgebroken, kortom, het is geen goed idee ervan uit te gaan dat iedereen kan schrijven en zomaar een plaats verdient in de markt en de openbaarheid.

Bescheidenheid lijkt de les te zijn die de makers van de DonaldDuck de jeugd willen bijbrengen. Veroorzaak geen verspilling,ergernis, ongezelligheid en teleurstellingen: val niemand lastigmet je schrijfsels, wis ze zodra je de bevrediging van het voltooienen een paar complimentjes binnen hebt. Het echte schrijven,dat moet ouderwets zijn en veel moeite en tijd kosten. Hetis niet iets voor iedereen, maar voor een enkeling die daar aanlegen interesse voor heeft. Voor de meesten moet schrijven blijvenwat het voor Donald Duck is: een door schijnerkenning vervuldverlangen.Opmerkelijk aan het stripverhaal is dat daarin geen onderscheidwordt gemaakt tussen scripts voor televisieseries, romans,kookboeken, autobiografieën, boeken met theorieën over de wereldof boeken met praktische tips. In dat opzicht is de DonaldDuck weer uiterst hedendaags. Het gaat om het schrijven als productievehandeling. In Duckstad heerst een rigoureus economischgelijkheidsbeginsel.Volgens het verhaal in de Donald Duck schrijven mensen omtwee redenen. Als een gestileerde vorm van zelfingenomenkwebbelen, het berijden van stokpaardjes, een schriftelijke vormvan ijdelheid. Aan de andere kant wordt schrijven door de inwonersvan Duckstad gezien als een gemakkelijke manier om geldte verdienen, ja, om rijk te worden. Die illusie wordt in het verhaalnadrukkelijk ontmaskerd. De enige in het verhaal die ietsverdient met wat hij dankzij de Schrijf-o-maat heeft geproduceerd,is de klassieke dwaas: de onnozele knecht van oma Duck,Gijs Gans, die twee afleveringen voor CSI Gansdorp heeft geschrevenen verkocht aan Ei6BS van Fons van Waterzooi. Voor 200euro, wel te verstaan. Wat Donald de vertwijfelde uitroep ontlokt:‘Poeh. Beginnersgeluk! Als er nog zo’n nep-Vondel is dieeen schrijfsel heeft verkocht, eet ik mijn pet op!’Wat je je moet voorstellen bij de inhoud van de boeken diemet de Schrijf-o-maat gemaakt zijn, blijft onduidelijk. Dat isook niet de inzet van dit stripverhaal. Het gaat over de economischeen culturele gevolgen van een technologisch ontremdeschrijfdrang. Het gaat fout als de Schrijf-o-maat iedere belemmeringwegneemt ijdelheid te botvieren, zodat de onzin, demanieën, de irreële verwachtingen en de inhaligheid gaan woekeren.Dan wordt de orde der dingen verstoord en raakt Duck-stad in het ongerede. Alles wat boeken waardevol maakt voorindividu en gemeenschap (kennis, gemeenschappelijkheid, economischvoordeel, leesplezier), wordt geschaad. De Schrijf-omaatis een technisch roesmiddel dat het schrijven gevaarlijkzelfdestructief maakt. Daarom wordt de machine aan het eindvan het verhaal gesteriliseerd. Het uitzaaien van de amateurgeschriftenwordt in de kiem gesmoord.Voor de gebruiker blijft ereen ingeblikte, masturbatoire bevrediging over. Met als ultiemevernedering de computerstem die opgewekt en onverschilligroept dat het een meeslepend, beeldend en schitterend geschreven stukje werk was. Het schrijven van boeken is blijkbaar een vitaal onderdeelvan de maatschappij in Duckstad. Stuur dat in de war en er ontstaateen algemene zenuwentoestand. Bovendien is het slecht voor de zaken. Daarom luidt de conclusie van de Donald Duck heel bezadigd en Hollands: wees bescheiden, treed niet zomaar in de openbaarheid met je kletsverhalen. Schrijven is een vak dat moeilijk moet zijn zodat het resultaat van hoge kwaliteit en zeldzaam blijft en daarmee een betrouwbaar object van deugdelijke handel. Deze moraal van bescheidenheid smaakt laf en kwezeligachtig. De drang om te schrijven wordt in het verhaal niet zelfdestructief door inhaligheid en onbescheidenheid alleen, maarvooral door het feit dat niemand in Duckstad lijkt te lezen, ookniet voordat de Schrijf-o-maat er kwam. Als de Duckstedelingenlezers waren geweest en niet alleen om boeken gaven, maarook om wat erin staat, was het hele kolderieke verhaal nooit opgang gekomen.

Zie ook: Uitgeverij Augustus

Recent

19 december 2017

Ontvoerd in Irak

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 januari 2011

Maimonides
Recensie door Lodewijk Lasschuijt

 

In zijn voorwoord laat de schrijver van dit boek, Sherwin B. Nuland, duidelijk blijken dat het aanvankelijk helemaal niet zijn bedoeling was om in te gaan op de dringende verzoeken van zijn uitgever. Hij had zich, naar eigen zeggen ondergedompeld in de inktzwarte wateren van de maimonidiaanse literatuur en smeekte verlost te worden van een taak waarvoor hij naar zijn stellige overtuiging niet was toegerust.

Lees meer